Mijn kind verwart b, d, p en q
Het is een van de meest voorkomende letterproblemen op de basisschool: een kind dat b, d, p en q door elkaar haalt. "Dat is toch gewoon dyslexie?" hoor ik ouders dan zeggen. Soms klopt dat. Maar lang niet altijd.
Waarom dit zo makkelijk misgaat
De letters b, d, p en q zijn eigenlijk allemaal hetzelfde: een cirkel met een stok. Het enige wat verschilt, is waar die stok staat — links of rechts van de cirkel, boven of onder de basislijn.
Een kind dat die posities niet goed heeft opgeslagen, heeft simpelweg een onvolledig letterbeeld. De letters lijken te veel op elkaar om ze snel en zeker van elkaar te onderscheiden. En dus gaat het mis - bij lezen én bij schrijven.
Dat is geen kwestie van niet opletten of lui zijn. Het is een kwestie van een vaardigheid die nog niet voldoende is opgebouwd: het bewust waarnemen van de vorm en positie van letters.
Wat kun je doen?
Laat je kind de letters kleien, of uitknippen uit een stukje karton. Of neem van die magneet of knutselletters die de vorm van de letter hebben.
Begin met één letterpaar, niet alle vier tegelijk, en leg ze naast elkaar. Laat je kind ze aanraken en benoemen: waar zit de stok? Links of rechts? Naar boven of naar beneden vanaf het bolletje?
Leg vervolgens een patroon, bijvoorbeeld b d b. Kan je kind het naleggen? Ook als het voorbeeld aan de ene kant van de kamer ligt en de letters aan de andere kant?
Is het beeld wel helder, maar weet je kind niet zo goed welke naam erbij hoort? Schrijf dan de eerste vier letters van het alfabet op een kaartje. Laat je kind aanwijzen welke letter hij bedoelt en zeg het rijtje op tot je bij die letter bent.
Oefen net zolang tot een kind geen seconde meer hoeft na te denken. Dan pas ga je verder met het volgende paar.
Wil je meer lezen over het belang van goed en eenduidig letterbeeld? Lees dan Letterbeeld — de basis onder foutloos én leesbaar schrijven
