Spiekbriefje in je hoofd!
Spiekbriefje in je hoofd!
17 september 2017 

Spiekbriefje in je hoofd!

18912875_s met rand
Een spiekbriefje in je hoofd, waarop je razendsnel kunt zien hoe een woord geschreven moet worden.
En dat je helpt om een woord – als je het eenmaal een paar keer gezien hebt – onmiddellijk te herkennen als je het moet lezen…

• Dus niet meer tweifelen 😉 over de spelling.
• Niet meer moeizaam ontcijferen of raden tijdens het lezen.

Is dat ook mogelijk voor jouw kind?

Voor we die vraag kunnen beantwoorden, gaan we eerst in op wat zo’n spiekbriefje eigenlijk is.

Wat doet een spiekbriefje voor je?

Laten we eens kijken naar hoe een geoefende speller of lezer omgaat met een ‘spellingprobleem’.
Stel deze geoefende speller moet het woord ‘trein’ opschrijven en hij zou twijfelen tussen de e,i of i,j:

Wat zal hij dan doen? Hij schrijft beide woorden (in gedachten) op en ziet dan dat een van de twee er raar uitziet. Net zoals jij dat waarschijnlijk ziet bij een van de woorden hierboven.
Hoe komt het dat hij dat ziet?
Dat komt doordat hij in zijn hoofd als het ware een ‘plaatje’ heeft van het goede woord. Hij heeft een beeld van hoe dat woord eruit hoort te zien: een visueel woordbeeld.

Handig!

Hij hoeft dus bij het schrijven van het woord ‘trein’ zich alleen maar het visuele woordbeeld voor de geest te halen en hij kan het woord snel en foutloos schrijven. Hij heeft dus altijd een ‘spiekbriefje’ bij zich!

En omdat hij beschikt over dat visuele woordbeeld, zal hij bovendien bij het lezen het woordje ‘trein’ in een oogopslag herkennen. Snel en moeiteloos. Lezen gaat dan dus veel makkelijker, waardoor er weer aandacht is voor de inhoud van de tekst.

Breinonderzoek

Er wordt steeds meer wetenschappelijk breinonderzoek gedaan naar het proces van (leren) lezen en spellen.
Aan de Universiteit van Georgetown (Washington) keken onderzoekers hoe lezers omgaan met ‘nieuwe’ woorden en met ‘bekende’ woorden. Men ontdekte het volgende:

klik plaatje voor link naar het artikel

“Als we een woord eenmaal een paar keer ontcijferd hebben [3 à 4 keer], dan ziet ons brein het als een plaatje en niet als een groep letters die ‘geanalyseerd’ moeten worden.

De woorden worden opgeslagen in wat in het Engels The Word Form Area (WFA) genoemd wordt (in de visuele cortex, achter in ons brein), wat wij graag vertalen als: ons mentale visuele woordenboek. 

En dat woordenboek zit dus vol met die zo felbegeerde spiekbriefjes!!

Want nieuwe woorden worden al heel snel bekende woorden.

Een andere onderzoekster (Sally Shaywitz – Overcoming Dyslexia) deed met fMRI onderzoek naar het functioneren van het brein van lezers en ze vergeleek daarbij mensen die gewoon vlot (hebben leren) lezen en mensen die dyslectisch zijn.

Sally Shaywitz

Zij zag dat normale lezers het visuele gedeelte van hun brein inschakelen bij het lezen (gele gebiedje = WFA), terwijl bij mensen die zwak lezen en spellen vooral het auditieve gebied (groen) (over)actief is.

Beide onderzoeken wijzen er dus op dat lezen in wezen een visueel proces is.

Wat zien we in de klas?

Bij de meeste kinderen die hun eerste woordjes leren lezen, doet het visuele centrum (het WFA) vanzelf mee. Deze kinderen vullen automatisch in de loop der tijd hun mentale visuele woordenboek – zonder dat zij of iemand anders daar omkijken naar hebben.
Maar bij een behoorlijke groep kinderen (de schatting is rond de 20%) gaat dit niet vanzelf en dan ontstaan de problemen.

Bij het lezen

Deze kinderen blijven bij lezen aangewezen op moeizaam hakken en plakken. Zij moeten steeds opnieuw (hardop) de klanken die horen bij de letters die ze zien benoemen (hakken) dan het woord zeggen (plakken). Pas op dat moment kunnen ze er betekenis aan hechten. Als ze al zover komen, want het ontcijferen kost zoveel moeite dat het brein overbelast raakt. We zien dus dat deze kinderen over het algemeen weinig tekstbegrip ontwikkelen. Versnelling treedt niet echt op. Kinderen worden wel vaardiger in het hakken en plakken, maar ze krijgen geen toegang tot de versnelde aanpak.

Je kunt het vergelijken met steppen op een fiets. Misschien leren ze sneller steppen, maar ze leren niet fietsen.

Hierbij ga ik nog even voorbij aan het probleem dat ze vaak geen inzicht hebben in welke klank er dan precies bij die letter hoort. Want de klanknamen van de letters (zoals ze die in groep 3 leren) komen heel vaak niet overeen met de klank van de letter in het woord dat ze proberen te ontcijferen. Vergelijk ja en jas. De kinderen leren dat de a een ‘ah’ is, maar in het woordje ja kunnen ze daar niks mee.

Bij het spellen

Bij het spellen is hun enige houvast de klank van het woord als geheel. Zij blijven dan afhankelijk van de auditieve strategie die uitgaat van ‘ik schrijf wat ik hoor’.

Ze moeten keer op keer de aparte klanken in een woord onderscheiden en koppelen aan een schrijfwijze. Maar het probleem met onze taal is, dat de klank van een woord vaak onvoldoende informatie geeft over de spelling. Want als je zou mogen schrijven wat je hoort, zijn al deze woorden goed: trijn, nigje, zach, leew, mooj, pieloot en boomen. Dit steeds weer opnieuw analyseren kost heel veel inspanning.

Gevolg

Lezen en schrijven blijven moeizame processen om helemaal wanhopig van te worden. Met als gevolg: deze kinderen laten het koppie hangen, verliezen het vertrouwen in zichzelf en ze raken ervan overtuigd dat ze het NOOIT zullen leren.

Woorden ‘voor je zien’

Sommige kinderen hebben bij het horen van het woord ‘trein’ een heel sterk visueel beeld, maar niet van het ‘woord’. Zij zien de ‘betekenis’. Dit dus:

trein_woordbeeld

En dat helpt ze helaas bij het schrijven niet verder!

Ieder kind kan leren om naast het visuele beeld van het voorwerp (?) en de klank van het woord (“trein”) ook het visuele beeld van het woord op te slaan.

visueel woordbeeld opslaan

 

 

 

Ieder mens gebruikt zijn visuele centrum namelijk continu.

Daardoor herkennen we mensen om ons heen, we weten waar we zijn als we fietsen.

We vullen die visuele databank met wat we maar willen, waardoor we gebouwen herkennen, Pokémon, bloemen, de plaatjes uit het plakboek van Freek Vonk… (Is het niet zo dat jouw kind bij het openen van het nieuwe pakje onmiddellijk weet: Hé! die is nieuw! Of Hé! die heb ik al!!)

Maar om een of andere reden gebruiken sommige kinderen dat visuele geheugen niet voor woorden.

Waarom dat zo is, is niet precies bekend.

Maar gelukkig is inmiddels ruimschoots aangetoond dat ze dat wel kunnen leren!

De ‘oren’ maken overuren!

Bij kinderen die zo worstelen speelt luisteren de belangrijkste rol bij het (leren) lezen en spellen. Vaak wordt dit op school extra gestimuleerd: goed luisteren zodat je weet wat je moet schrijven! Het groene gebiedje in hun brein maakt overuren!

Het doel van de aanpak van Taalkanjer is dat de veel snellere en veiligere visuele aanpak ook voor deze kinderen beschikbaar komt. Daarom is het essentieel dat ze beter gaan KIJKEN! Niet alleen naar het woord als geheel, maar heel bewust ook naar de letters in het woord. We moeten ze door de vragen die we stellen verleiden om meer hun visuele brein aan het werk te zetten.

  • Dus niet: welke klanken hoor je?
  • Maar: welke letters zie je? Kun je ze noemen?

Daarbij is het heel belangrijk dat de letters NIET benoemd worden met hun klanknaam. Klanknamen zetten namelijk direct de oortjes weer open en dat willen we (nu) niet!

In plaats daarvan benoem je de letters met de naam die ze in het alfabet hebben:

Je spelt dus het woord zoals ook volwassenen dat doen en daarna zeg je het woord meteen. In eerste instantie zal een plaatje je helpen om het hele woord te zeggen, later herken je het woordbeeld ook zonder plaatje.  (Proces versneld weergegeven… in de praktijk zijn er een paar tussenstappen).

k-a-t  is kat
s-n-e-e-u-w is sneeuw

Letters – benoemd met de alfabetnaam – activeren het visuele systeem en dwingen om goed te kijken en helpen bij het opslaan van het woordbeeld.

Spelt een kind “sss-nn-eeuw” op klank, dan blijft de visuele waarneming van vooral het eeuw stukje globaal. Daardoor wordt er geen woordbeeld opgeslagen. De volgende keer dat een soortgelijk woord gelezen moet worden is er geen spiekbriefje voorhanden en bij het schrijven zie je dit soort fouten:

Relatie klank – letter

Natuurlijk is er een relatie tussen een klank en een letter. Kinderen moeten dus weten welke klank er bij een letter hoort. Maar ze hebben al heel snel door dat die relatie niet 1 op 1 is.

Geen probleem voor kinderen die een visueel woordbeeld ontwikkelen, maar een RAMP voor kinderen die aangewezen zijn op moeizaam ontcijferen.

Deze kinderen moeten we dus meteen inzicht geven in die relatie:

Bijvoorbeeld: Bij de letter a horen twee klanken: de lange a-klank en de korte ah-klank. Maar het prettige is dat je meteen aan het woord kunt zien wat je tegen de a moet zeggen. Je hoeft niet te gokken :).

Voor kinderen die je deze duidelijkheid biedt, is dit een echte eye-opener. Ze krijgen het gevoel: “Ik ben toch niet gek!” en staan open om aan de slag te gaan.

Eerste stap?

Wat is de eerste stap die jij kunt zetten op weg naar zo’n stabiel visueel woordbeeld?

Taalkanjer zou Taalkanjer niet zijn als we je daarvoor niet heel leuk en aantrekkelijk aanbod zouden doen.

Je kind moet namelijk ‘gewoon’ het alfabet leren en vertrouwd raken met de alfabetnamen van de letters. Omdat we weten dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is en op school vaak zelfs ‘taboe’ is, willen we je laten ervaren dat het heus allemaal wel meevalt.

Je kind kent namelijk al heel veel alfabetnamen van letters :))
Alleen realiseren jullie je dit misschien niet.

We hebben een kwartet gemaakt dat we een beetje eigenwijs het
“Wat je eigenlijk niet mocht weten, maar je stiekem toch weet”-kwartet genoemd hebben.

Vraag het hier aan en veel plezier ermee!

Met het aanvragen van het kwartet geef je ons toestemming
om je gegevens te verwerken zoals beschreven in onze privacyverklaring.
Omdat wij je absoluut niet willen spammen,
kun je je op ieder moment weer afmelden!

Door

Anne Kewitsch

op 18 September 2015

Met interesse heb ik dit blog gelezen. Helemaal begrijpen doe ik echter (nog) niet met welke techniek je de spiekbriefjes in het brein van dyslectische kinderen (en ook volwassenen) krijgt. Is er ergens meer over te vinden? Met vriendelijke groet, Anne Kewitsch

Door

Margit Kiewit

op 21 September 2015

Beste Anne, Het belangrijkste is dat je met gerichte oefeningen het visuele deel van de hersenen betrekt bij het lezen. Op de pagina over onze workshop "Spellen met je oren dicht" vind je meer informatie. Je vindt daar ook een link naar een aantal filmpjes van Olive Hickmott, die de basis heeft gelegd voor de techniek. Groetjes, Margit

Door

Corrine

op 27 December 2017

In het dagelijks leven ben ik kleuterleidster. Hoe zien jullie dit dan in combinatie met het benoemen van de alfabet letters? Juist bij kleuters is het nu gangbaar om de klanken te gebruiken en het auditieve geheugen ipv de alfabet benamingen en het visuele geheugen. Vriendelijke groet, Corrine

Door

Margit Kiewit

op 26 January 2018

Hallo Corrine, We hebben inmiddels al buiten de site om contact :-). Maar voor meelezers over dit onderwerp: wij vinden dat je kleuters juist eerst de alfabetletters moet aanleren. Iemand die hier uitgebreid onderzoek naar heeft gedaan is Balt van Raamsdonk. Hij heeft op basis van zijn ervaring en onderzoek een methode voor kleuters ontwikkeld om de alfabetnamen en een flink aantal woordbeelden op een visuele manier te leren. Een uitgebreid artikel vind je hier: rd.nl/meer-rd/onderwijs/andere-aanpak-bij-dyslexie-1.1462304.

Reactie plaatsen