Het geheim van de klinker
Het geheim van de klinker
22 april 2018 
in Tips

Het geheim van de klinker

Er is in onderwijsland iets raars aan de hand met klinkers.
Het alfabet kent er 5 (de y niet meegerekend, omdat deze letter zich afwisselend als klinker en als medeklinker gedraagt), maar kinderen in groep 3 leren er al gauw zo’n stuk of 20. Met als gevolg dat er aan de stroom ‘nieuwe’ letters geen eind lijkt te komen.
Kinderen die in groep 3 enthousiast aan het leren lezen beginnen, worden er soms toch wel wat moedeloos van: vandaag ALWEER een nieuwe letter!

Natuurlijk moeten kinderen de eu, ui, oe, au, ou etc leren kennen.

Maar als het over de a en de aa gaat (of de o en de oo), kijken wij daar toch anders tegenaan.

De a en de aa worden als twee aparte letters aangeboden, met daaraan gekoppeld de ‘ah-klank’ en de ‘a-klank’.  Hiermee wordt de suggestie gewekt dat één a altijd klinkt als ‘ah‘ en dat je voor het schrijven van de a-klank altijd twee letters nodig hebt.
Dat is natuurlijk niet waar. Veel kinderen worden hierdoor dan ook in verwarring gebracht. Het is kwalijk – in onze ogen – om kinderen iets te leren wat later niet waar blijkt te zijn. Juist kinderen die veel moeite hebben met het automatiseren van de klank-tekenkoppelingen worden hierdoor getroffen. Want het is bekend dat – ALS ze het dan eenmaal weten – ze er niet zo makkelijk weer vanaf stappen. Waardoor ze soms nog jaren fouten blijven schrijven als ‘straaten‘ en ‘stoeppen‘ of ‘kipen‘.

Wat leert een kind van de wereld om zich heen?

Die ene a heet ‘in de buitenwereld’ natuurlijk gewoon zoals iedereen hem noemt in het alfabet. Denk aan C&A, het A-diploma, AH, ANWB.

Een pientere kleuter die zijn oren en ogen niet in zijn zak heeft zitten, kent die letter en weet hoe hij heet.

En dat weet hij nog van nog veel meer letters: PSV, WC, M&M, K3 etc.

Kinderen zijn dus – als ze al niet het alfabet leren – gewoon vertrouwd met de alfabetnamen van de letters. De kans dat ze een letter bij die naam kennen is zelfs aanzienlijk groter dan de kans dat ze een letter bij zijn klanknaam kennen, want die klanknamen komen ‘in de buitenwereld’ niet voor. Tenzij ze een ouder broertje of zusje hebben dat al in groep 3 zit en hun ouders al op het hart gedrukt gekregen hebben dat ze de ‘em’ toch vooral ‘mmm’ moeten noemen. Maar ja, dan worden er thuis nog steeds geen mmm&mmm’s gegeten, toch?

De alfabetnaam van de letter dus.

Nou wil het dat die a ook opvallend vaak gewoon als a klinkt: ja, water, Anita, Arie.
Ga eens na bij hoeveel kinderen in je klas dit ook het geval is.

Zolang we de a een ‘ah’ noemen, gaan bij al deze kinderen alarmbelletjes rinkelen. Want wat de juf zegt, klopt niet met wat ze (misschien al een hele tijd) wisten. In HUN naam is die a helemaal geen ‘ah’.

Als dit conflict ontstaat in het brein van deze ijverige 6-jarigen, dan kunnen er twee dingen gebeuren. Ze denken:

  • De juf is gek, die zegt iets wat niet klopt.

of

  • Ik ben te dom om dit te begrijpen.

De tweede optie ligt helaas meer voor de hand. Bij een grote groep kinderen is de eerste twijfel gezaaid….

Nou hoor ik je denken: Als ik die letter een ‘a’ noem, zoals hij heet in het alfabet, dan heeft Jan een probleem! Of Casper, of Anneke…
Want ja, die a klinkt soms ook als ‘ah’, zoals in bah.

Maar dat is heel makkelijk uit te leggen: dit fenomeen doet zich namelijk alleen voor als we achter die a een medeklinker schrijven: ja wordt jas. Hetzelfde zien we bij de o: zo wordt zon. En jawel: nu wordt nut en pi wordt pim.
(Bij de e ligt het iets ingewikkelder, die komt later aan bod)

Hiermee komen we bij de kern van ons betoog:

Maak onderscheid tussen een klank en een letter!

Een letter is wat je ziet en schrijft – kriebeltjes op papier
Een klank is wat je hoort en zegt – verdwenen voor je het in de gaten hebt.

En je weet pas welke klank er bij een letter hoort als je hem IN een woord ziet staan. In een ander woord (of in een andere naam) kan hij anders klinken. Want een letter en een klank zijn niet hetzelfde.

Wat je dus kunt zeggen is: “Deze letter heet ‘em’ (van M&M) en in een woordje klinkt hij als mmm: boommm, mmmammma, kammm, mmmuis.”
Of
“Deze letter heet ‘dee‘ (van CD, DVD, V&D, DA, ADHD, vul in wat jouw 5 of 6-jarige kent) en in een woord klinkt hij als ‘duh’ als hij vooraan of in het midden staat en als ‘tuh’ als hij achteraan staat.

Voor klinkers ligt het ietsje lastiger. Daar kun je zeggen:

“Deze letter heet a, zoals in je A-diploma. Of zoals in ‘abcde…’
En hij kan op twee manieren klinken! Dat is grappig :))).

Wie heeft er allemaal deze letter in zijn naam?
Hoe klinkt hij bij jou? En bij jou?
In de loop van de komende maanden (nog voor de kerstvakantie!) gaan we ontdekken wat er allemaal met die a aan de hand is.”

Op deze manier hoeft geen kind zich ongerust te maken over de vraag of zijn/haar naam misschien verkeerd geschreven is.

Kinderen snappen heel goed dat ze in de eerste week nog niet alles kunnen en hoeven te weten, maar dan is het wel belangrijk dat we ze geruststellen en benoemen wat er gebeurt. (Dat is wat anders dat het allemaal al uitleggen).

Het eerst deel van het geheim van de klinker is bij deze onthuld.
Nog even op een rijtje:
1. De a klinkt zoals hij heet. Je kunt dat ook de ‘lange’ klank noemen, maar eigenlijk is die term verwarrend, want de a-klank in ja is niet langer dan ah-klank in jas). Door de termen ‘lang’ en ‘kort’ te gebruiken, loop je het risico dat de leerlingen dit gaan koppelen aan de schrijfwijze: a of aa. En dat wil je nou juist niet, want ze moeten de a-klank net zo goed koppelen aan dat ene teken a. Wij spreken dan ook liever van de ‘alfabetklank’, of wel: de klinker klinkt zoals hij heet (in het alfabet).

2. Als ik er een medeklinker vóór zet, dan blijft de klank gelijk. De letter klinkt nog steeds zoals hij heet in het alfabet.

3. Als ik er een medeklinker achter zet, dan verandert de klank! Ik hoor de ‘ah‘ klank van bah en jas. Deze klank wordt vaak ‘kort’ genoemd. Om dezelfde reden als ik hierboven noemde is dit verwarrend. Wij spreken liever van de ‘andere’ klank, of gewoon de ‘ah-klank’. Om te laten zien dat het de medeklinker is die voor deze klankverandering zorgt, zet ik een pijltje van de medeklinker naar de klinker.

4. Als ik toch de alfabetklank wil horen (met een medeklinker er achter) dan moet moet ik de a een hulpje geven: ik schrijf er een extra a bij. De dubbele schrijfwijze voor aa, oo etc is dus niet de standaard, maar de uitzondering!

De medeklinker kan nu geen invloed meer hebben op de klank die bij de klinkers hoort. Ik heb die hulpletter dus alleen nodig als er een medeklinker achter staat.

Tot zover het verhaal voor de eerste helft van groep 3. Kinderen kunnen nu alle 1-lettergrepige woorden zonder probleem lezen: ja, na, aan, gat en gaat.Zij kunnen aan de positie van de a in het woord zien wat ze er tegen moeten zeggen.  En zowel Daan als Jan begrijpen de schrijfwijze van hun naam.

Lettergrepen

Juist ja, lettergrepen.

Zoals we eerder onderscheid maakten tussen letters en klanken, is het net zo belangrijk om onderscheid te maken tussen lettergrepen en klankgroepen.

Een lettergreep is wat je ziet en schrijft.
Een klankgroep is wat je hoort en zeg. Een klankgroep kun je niet opschrijven. Probeer je dat toch, dan creëer je verwarring.

Omdat dit een blog is en geen video ontkom ik er helaas niet helemaal aan om het toch te proberen. Maar als je aan jonge kinderen duidelijk wil maken wat letters in een woord doen, gebruik dan de losse letters van de letterdoos. Dan is het duidelijk dat een woordbeeld dat tevoorschijn komt na het schuiven van letters slecht een (zeer tijdelijke) fase is.

Meerlettergrepige woorden

Halverwege groep 3 maken kinderen kennis met meerlettergrepige woorden. Dan is het belangrijk dat ze weten wat letters doen in lettergrepen. Hoe eerder hoe beter, want veel namen hebben ook meer lettergrepen en kinderen moeten zo snel mogelijk begrijpen hoe het in hun eigen naam werkt.

De belangrijkste vraag is: wat doen de medeklinkers. Medeklinkers bepalen immers de klank van de klinkers a, e, i, o en u. Daarom moeten we weten waar ze bij horen.

Als voorbeeld neem ik even het woordje ‘boek’.

Als ik het woordje langer maak met e-n (meervoud), dan zijn die letters (en met name de klinker e) net een magneet. Die trekken de (laatste) medeklinker naar zich toe. (Je kunt dat ook horen: boe-ken). Lettergreep en klankvoet komen hier goed overeen (Wat je ziet en wat je zegt, lijkt op elkaar).

In lettergrepen zien we: boe-ken

Dit gaat altijd zo:

hand+en > han-den
paard+en > paar-den

En we zien dat dezelfde regel over medeklinkers en lettergrepen ook geldt in langere woorden:

helikopter > he-li-kop-ter

De medeklinker hoort altijd bij de volgende lettergreep en als er twee medeklinkers zijn, dan verdelen ze het werk.

Deze regel gebruiken we voor maan > manen.

De e-n trekken de n van maan naar zich toe.
En nu pakken we regel 2 terug: één a klinkt gewoon zoals hij heet. Omdat de medeklinker (die het nodig maakte om een 2e a te schrijven) naar de volgende lettergreep verhuist, heb ik de hulpletter niet meer nodig.

Inzicht in deze regels over de verdeling van medeklinkers over de lettergrepen en in hoe de medeklinkers de klank van de klinkers bepalen, is zo verhelderend voor kinderen dat fouten tegen de open en gesloten lettergreep (kipen en loopen) niet ontstaan of in korte tijd verdwenen zijn.

Wil jij ook – met je eigen kind of met je hele klas – dit probleem bij de basis oplossen, neem dan contact met ons op.

We bespreken dan wat voor jou als ouder of leerkracht/IB’er/RT’er of schoolleider de beste stap is.

En natuurlijk kunnen we dan ook ingaan op de laatste stap: waarom schrijf je kippen met twee p‘s?

 

Reactie plaatsen