Een grote paard - Wel of geen e achter het bijvoeglijk naamwoord
Een grote paard
Een grote koe.
Waarom 'mag' zin 1 niet en zin 2 wel?
Je hebt 3 grammatica-termen nodig om hierover te praten.
- 1 - lidwoord: de, het, en een (zeg 'un').
- 2 - zelfstandig naamwoord: woorden die de dingen in de wereld een 'naam' geven: boek, lucht, leugen, geloof, man. Van heel concreet tot heel abstract. Vóór een zelfstandig naamwoord kan je altijd een lidwoord zetten: het boek, de lucht, een leugen, het geloof, de man.
- 3 - bijvoeglijk naamwoord: zegt iets over een zelfstandig naamwoord. De dikke man, het grote boek, de laffe leugen.
Als er 'de' of 'het' voor een zelfstandig naamwoord staat, dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord altijd een extra uh-klank op het eind.
| bijvoeglijk naamwoord | bij 'de-woord' | bij 'de-woord' |
| oud | de oud e broek | het oud e T-shirt |
| leuk | de leuk e jongen | het leuk e meisje |
| groot | de grot e koe | het grot e paard |
Maar... als we niet de/het gebruiken maar een ('un'), dan verandert de zaak:
Bij zogenaamde 'het-woorden' krijgt het bijvoeglijk naamwoord dan geen 'uh-klank'.
| bijvoeglijk naamwoord | bij 'de-woord' | bij 'het-woord' |
| koud | een oud e broek | een oud T-shirt |
| leuk | een leuk e jongen | een leuk meisje |
| groot | een grot e koe | een groot paard |
Natuurlijk hoef je je totaal niet druk te maken om deze regel. Het geeft maar weer eens aan hoe je in je moedertaal dit soort dingen gewoon vanzelf goed doet, zonder enig idee te hebben van de achterliggende regel(maat). Maar ben je niet met onze taal opgegroeid, dan blijkt dit vaak een van laatste details te zijn die kan verraden dat NL niet je moedertaal is. Zo moeilijk is het om deze regel 100% goed toe te passen.
(NB in sommige straattaalculturen lijkt deze regel ook anders te geleden - deze uitleg is absoluut niet bedoeld om daar iets van te vinden! Zoals eerder gezegd: grammaticale regels zijn geen voorschriften. Het enige wat ze doen is verschijnselen beschrijven en verklaren.