Page content

Spelletjes spelen nuttig? Nou en of!

Spelletjes spelen nuttig? Nou en of!

Spelletjes spelen nuttig? Nou en of!
Als je tenminste de juiste spelletjes speelt ;-).

Hoe vaak horen wij niet van ouders:

  • “Hij kent de spellingsregels wel, maar hij past ze niet toe…”
  • “Het lukt maar niet om de spellingsregels te automatiseren.”
  • “Hij blijft maar de b en de d omdraaien… (of de iu, ei, ie etc…)”

Dus zelfs als kinderen alle kennis hebben, dan nog missen ze soms vaardigheden om deze kennis op het juiste moment op te roepen en toe te passen.

Vaardigheden als nauwkeurig waarnemen, niet impulsief zijn, alle gegevens verzamelen, vergelijken, en (ruimtelijke) relaties leggen, spelen daarin een grote rol.
En dit soort vaardigheden kun je uitstekend oefenen met de juiste spelletjes.

Neem nou kwatro…

Een spelletje van 64 unieke kaarten die passen in een doosje dat in je broekzak overal mee naar toe kan. Qua spel zou je het een kruising van SET en SCRABBLE en KWARTET kunnen noemen.
Je moet sets vormen en die bij de al bestaande sets op tafel aanleggen.

Wat is een set?

Dat is een serie van 2, 3 of 4 kaarten waarbij de
eigenschappen van die kaarten allemaal moeten kloppen.
Bv .
kleur – allemaal hetzelfde of allemaal verschillend
vorm – allemaal hetzelfde of allemaal verschillend
aantal – allemaal hetzelfde of allemaal verschillend

Voorbeeld van een goede set

Kleur – allemaal verschillend
vorm – allemaal gelijk
aantal – allemaal gelijk

Voorbeeld van een foute set:

Kleur – allemaal verschillend
Vorm – allemaal verschillend
Aantal – niet gelijk en niet verschillend! (Er zijn twee kaarten met aantal 4).

Zo klopt hij wel: Nu zijn alle aantallen verschillend.

Een set opbouwen

Als je een set begint met twee kaarten, is daarmee de toon gezet.

Voorbeeld:

Kleur: verschillend. Bijgevoegde kaarten zullen dus ook in kleur moeten verschillen.
Vorm: verschillend. Bijgevoegde kaarten zullen dus ook in vorm moeten verschillen.
Aantal: gelijk. De bijgevoegde kaarten mogen dus ook alleen maar 2 als aantal hebben.

Kun je nu bedenken met welke twee kaarten deze set afgemaakt kan worden?

Natuurlijk zijn er ook nog wat spelregels over hoe je dan aanlegt bij reeds bestaand rijen en over de puntentelling, maar daar ga ik nu niet op in.

Je maakt het spel extra waardevol als je je kind helpt om steeds zo duidelijk mogelijk onder woorden te brengen waarom een kaartje ergens wel mag en waarom niet.

Wat leer je van dit spel?

  • Op meerdere eigenschappen tegelijk letten – je moet heel goed kijken: wat heb ik al, wat mag/moet erbij. (lijkt een beetje op kwartet)
  • Overeenkomsten en verschillen zien: wel dezelfde kleur, niet hetzelfde aantal…
  • Selecteren en elimineren: deze kleur mag niet, deze kleur mag wel…
  • Helder en eenduidig formuleren.

Dit zijn heel nuttige vaardigheden bij het leren toepassen van spellingsregels.

Want, zoals we al zeiden, je hebt er natuurlijk niet genoeg aan om de regels te kennen!

Je moet de situatie herkennen, waarin die regel van toepassing is en ook wanneer je hem niet moet gebruiken.

Bijvoorbeeld bij de verdubbeling van de medeklinker:

Hier niet:

Hier niet:

Hier niet:

Hier wel graag:

Kan jouw kind precies (!) verwoorden waarom in deze woorden wel/niet verdubbeld moet worden?
Daarvoor moet je kind:

  1. De regel kennen
  2. Kunnen herkennen wanneer die van toepassing is
  3. Zichzelf op basis van helder en eenduidig formuleren controleren.

Heeft jouw kind moeite met punt 2 en 3?
SPEEL dan KWARTO :)))))))

Er zijn nog veel meer spellen die de het waarnemen en denken en handelen van je kind versterken op vlakken die ook heel belangrijk zijn bij lezen en spellen.

Neem gerust contact met ons op.

Nog even een uitdaging:
Welke van de drie kaarten links onder kun je in dit veld aanleggen? (klik op afbeelding om te vergroten)

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Ken jij het “kroontjespen-effect”?

Heb jij dat ook wel eens?
Dat je iets saais moet doen, kroontjespenmaar dat het ineens leuker wordt als je het op een andere manier doet?

Ik weet nog dat ik voor school stomme woordjes moest leren schrijven, waar ik totaal geen zin in had.
Maar als ik het met de oude kroontjespen van mijn opa mocht doen, dan vond ik het LEUK!.
Ik had het “kroontjespen-effect” ontdekt :)).

Mijn dochter vroeg me vorige week (ze is net 25 geworden):

“Mam, kom jij een keer bij mij helpen poetsen, dan kom ik daarna een keer bij jou.
Want samen is het niet zo saai!’

Dus met een beetje ‘samen-saus’ wordt zelfs poetsen aantrekkelijk!

Als het kroontjespen-effect en de samen-saus voor ons werken en als je ook herkent hoe ze voor jou werken, dan werkten ze vast en zeker ook voor je kind.

Leuk om eens te vragen of je zoon of dochter dit herkent.
Gewoon in een eettafel gesprek: wie herkent de samen-saus of het kroontjespen-effect. Waarbij jullie dat laatste natuurlijk meteen een eigen naam mogen geven.

Zomerchallenge

De afgelopen drie zomers organiseerden wij onze Zomerchallenge, speciaal voor kinderen bij wie lezen niet vanzelfsprekend gaat. Natuurlijk stonden de meeste van onze uitdagingen bol van dat kroontjespen-effect en de samen-saus. Om de gebruikelijke weerstand tegen lezen en schrijven overwinnen! Want dat vraagt bij sommige kinderen best wel wat kunst en vliegwerk.
En we weten dat ouders daar soms al een berg tegenop zien.

Vorig jaar zei Nicolette:

Als ik heel eerlijk ben, dan zag ik erg op tegen de zomervakantie. Juist nu het tijd was voor ontspanning, toch weer lopen leuren met leesoefeningen…..

Maar toen ontdekte Nicolette onze Zomerchallenge en na afloop zei ze:

Door de opdrachten die we kregen was het een feest! Zowel voor mij als voor mijn dochter! Ik wil niet zeggen dat ze nu een boekenworm is, maar ze leest beduidend meer uit zich zelf dan voor de vakantie. Ze heeft zelfs een boek over paarden op haar verlanglijst gezet :)))))

Misschien vind je het leuk om te weten hoe onze Zomerchallenge er de afgelopen drie jaar uitzag en hoe heel veel kinderen toch enthousiast aan de slag gingen.
We laten je graag zien hoe…

  • Kinderen soms uren met onze ‘uitdagingen’ bezig waren…
  • Als de vorm ze maar voldoende aansprak en
  • Als het gezellig ‘samen’ kon.

We hebben daarom een kort verslag gemaakt van drie jaar ZomerKanjer:
De zomerdip overwonnen!
We bieden het je graag ter inspiratie aan.

Ik wil dat verslag graag lezen en ontdekken wat IK kan doen om mijn kind deze zomer ook lekker aan de slag te laten gaan met letters.

Met het aanvragen van het verslag geef je ons toestemming
om je gegevens te verwerken zoals beschreven in onze privacyverklaring.
Omdat wij je absoluut niet willen spammen,
kun je je op ieder moment weer afmelden!

Oefen jij wel genoeg??

Oefen jij wel genoeg??

Het zal je maar gezegd worden!oefen jij wel genoeg

Je ploetert elke dag met lezen en spelling.
Je oefent veel meer dan andere kinderen – althans zo voelt het.

En dan zegt er ineens iemand dat het gewoon niet genoeg is…
“Er wordt gewoon niet genoeg geoefend” staat er ineens met grote letters in de krant.

Voor veel kinderen en hun ouders voelt dat als een klap in het gezicht.

Daarom denken wij dat enige nuancering op zijn plek is, vanuit de visie van Taalkanjer.
Alleen maar meer oefenen, gewoon stampen, zoals mevrouw Bosman het noemt in haar artikel, heeft geen zin.

Zomaar extra oefenen – dat is als proberen met een hamer een schroef in de muur te slaan. Het zal uiteindelijk wel lukken. Maar het kost veel moeite, je beschadigt waarschijnlijk de muur en je schilderij dondert misschien naar beneden. En dat allemaal terwijl er beter gereedschap voorhanden is.

De oplossing ligt in de visie van Taalkanjer niet in MEER oefenen, maar in BETER oefenen.
Wij vinden wel degelijk dat er iets ontbreekt in de manier waarop lezen en spelling op school aangeboden worden. Maar het ligt niet aan de inspanning die door ouders, kinderen EN leerkrachten geleverd wordt!

Lezen zonder woordbeeld blijft ploeteren

Voor het overgrote deel van de kinderen is er niks aan de hand. Die leren lezen en schrijven dankzij (of ondanks) de methode waarmee ze les krijgen. Voor deze kinderen zijn de methodes gemaakt.

Maar een flink deel van de kinderen heeft meer nodig.

Voor hen is de manier waarop lezen en spelling worden aangeboden niet voldoende.

Op school moeten kinderen de letters stuk voor stuk aan een klank koppelen en daarna die klanken samenvoegen tot één geheel. Pas als ze het geheel HOREN, weten ze wat er staat en kunnen ze er betekenis aan geven.

Tijdens dit proces worden woorden dus letter voor letter geanalyseerd. Als je een woord voor de eerste of tweede keer leest, is dat heel normaal. Maar als het daarna ook zo blijft, dan is dat een probleem. Want op den duur is deze manier van lezen inspannend, tijdrovend en gevaarlijk: het risico op fouten is groot.

Herken jij dat jouw kind (of jouw leerling) blijft steken in dit moeizame en frustrerende proces bij jouw kind?
Dan weet je dat het beter ‘gereedschap’ nodig heeft: jouw kind blijft – veel langer dan nodig is – afhankelijk van moeizaam ontcijferen, omdat het geen woordbeelden opslaat.

Er ontstaat een Negatieve Spiraal

Als jouw kind een woord dus opnieuw tegenkomt, dan denkt zijn/haar brein niet: “He! Dat heb ik eerder gezien!!”  Dus gaat het brein weer opnieuw ontcijferen… weer traag en moeizaam, weer met risico op fouten. Als je zo moet lezen is het niet leuk, want door al jouw geploeter om de tekst te ontcijferen, heb je geen tijd/energie/aandacht om ook nog tot je te laten doordringen waar het eigenlijk over gaat.

Lezen gaat dan niet meer over leuke informatie of een spannend verhaal, maar is alleen maar woord voor woord door de tekst heen zwoegen, alsof je door een spannend museum loopt met een blinddoek voor. Je krijgt niks mee van al het moois.

Je kind loopt hierdoor het risico om in een negatieve spiraal terecht te komen: doordat het niet leuk meer is, leest je kind minder en loopt de achterstand op. Daardoor kan het niet de boeken lezen die aansluiten bij zijn / haar belangstelling, waardoor lezen ook nog eens saai wordt. Gevolg: nog minder lezen en de achterstand groeit.

Want natuurlijk moeten alle kinderen veel oefenen, maar als het je relatief makkelijk afgaat en je leesniveau stijgt mee met je belangstellingsniveau, dan krijg je die oefening vanzelf.

En belangrijker: het voelt niet als oefenen.

Vanaf het allereerste begin moeten we dus zien te voorkomen dat kinderen in deze negatieve spiraal terecht komen.

Spellen op je gehoor OF spellen met je oren dicht?

Op school leert je kind woorden in klanken op te delen en aan die klanken letters te koppelen die een klanknaam hebben. Denk aan buh-oo-mmm dat geschreven wordt met letters die ook ‘buh’, ‘oo’, en ‘mmm’ heten. Op deze manier is spelling puur een auditief proces: klank voor klank analyseren en omzetten naar letters.

Met ook hier weer hetzelfde geploeter: op deze manier spellen is moeizaam, tijdrovend en het risico op fouten is levensgroot. Want je kunt zomaar trijn, nigt, kaud, boomen of hont op papier zetten en dan kan niemand zeggen dat je niet goed geluisterd hebt.

Voor vlot en foutloos spellen hebben we datzelfde woordbeeld nodig dat bij lezen ook zo onmisbaar is!

Dat moet ontstaan als een woord een paar keer gelezen of geschreven is. Tijdens het normale proces van leren lezen en schrijven worden die woorden automatisch opgeslagen – dat geldt voor de grote meerderheid van de kinderen waar ik eerder over sprak.

Een klein gespecialiseerd gebiedje in ons brein is hiervoor verantwoordelijk. Dit is al meerdere malen wetenschappelijk aangetoond.

Als je brein weet hoe een woord eruit ziet dan herken je het bij het lezen in milisecondes. Gewoon “BAM” en je weet wat er staat. En bij het schrijven ‘zie’ je gewoon dat trijn er raar uitziet en dat het eigenlijk trein moet zijn. En je weet dat je sneeuw moet schrijven en leeuw, in plaats van sniw en luew.


Je oren kunnen je hierbij NIET helpen – sterker nog – ze brengen je op een dwaalspoor.

Daarom zeggen we bij Taalkanjer dat woordbeelden de sleutel zijn bij zowel lezen als spelling.

Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die moeite hebben met leren lezen en spellen die woordbeelden NIET opslaan.

Zij blijven dus afhankelijk van moeizaam ontcijferen bij lezen en zij blijven twijfelen (tweifelen?) over de schrijfwijze van woorden.

Zij missen als het ware interne ‘spiekbriefjes’.

Sinds een aantal jaren werken wij samen met Olive Hickmott uit Engeland.

Zij ontwikkelde een unieke methode om kinderen (en volwassenen!) te helpen met het opslaan van visuele woordbeelden.

Wij haalden die methode naar Nederland en bieden haar aan op scholen en aan ouders. Daarmee kunnen zij kinderen helpen om wel een innerlijke visuele representatie (spiekbriefje) te maken van aangeboden woorden.

En daarmee hebben deze kinderen, die nu zo hard oefenen en daarmee onvoldoende resultaat boeken, een instrument in handen om wel die gehoopte grote stappen te gaan zetten.

Zodat niemand meer kan zeggen dat ze ‘gewoon niet genoeg geoefend’ hebben!

Om eens te kijken of onze aanpak iets is voor je kind, kun je samen het “Wat je eigenlijk niet mocht weten, maar wat je stiekem toch weet”-kwartet aanvragen.

Met het aanvragen van het kwartet geef je ons toestemming
om je een aantal mails te sturen.
Omdat wij je absoluut niet willen spammen,
kun je je op ieder moment weer afmelden!

Leesbingo

Overal zie je tegenwoordig ‘Leesbingo’s’.

Daarbij staan er op een groot vel allemaal leesopdrachten.
Meestal komt het erop neer dat je op verschillende plekken of onder verschillende omstandigheden 10 minuten moet lezen.
Iedere dag weer, tot de kaart vol is en er een beloning volgt.

Waarom is dat zo populair?

Omdat deze binge werkt met micro-doelen.
Iedere opdracht is namelijk gegarandeerd te halen.
En het proces is belangrijker dan het resultaat:
Het gaat om HOE je leest en nooit om HOEVEEL of HOE GOED.

Je kunt dus niet falen.

Heerlijk!

Hieronder vind je voorbeelden van leesbingo’s, maar het is natuurlijk ook heel leuk om er zelf een te maken, waarbij je de ‘opdrachten’ zelf bedenkt of aanpast aan de tijd van het jaar. Het zelf kiezen van doelen en het zelf maken van de bingo kan een extra stimulans zijn om eraan te beginnen!

Nu met kerst zou je kunnen kiezen voor:

Ik lees 10 minuten….

  • Onder de kerstboom
  • Bij het licht van een kaars
  • Samen met iemand anders die ook leest
  • Een kerstverhaal
  • Met een kerstmuts op
  • Op Nieuwjaarsdag
  • Met een oliebol

Twee voorbeelden van leesbingo’s (eentje van kinderzwerfboek.nl – helaas kon ik hem op de site niet vinden en eentje van webkim. Je kunt daar ook een printversie downloaden)

leesbingo-1leesbingo-2

Wil je meer lezen over hoe ‘micro-doelen’ helpen bij de motivatie, vraag dan ons artikel aan: oefenen is verschrikkelijk

WhatsApp helpt met oefenen

Ik werk al langere tijd met Emma, een meisje met een ernstige vorm van dyslexie. Ik heb veel contact met haar moeder en ik moet zeggen, zij is goed in het verzinnen van van alles en nog wat om het oefenen leuk te houden.

Maar toch verzuchtte ze laatst: “Ik weet niet meer hoe ik het aantrekkelijk voor haar kan maken. Er is iedere keer gedoe als we moeten oefenen.”
En tegen wie kan Emma nu beter mopperen dan tegen haar moeder!

Best lastig!

Als Emma weer  bij mij komt, praten we erover hoe lastig het is, als je na schooltijd wéér met die spelling aan de slag moet. Ze is inmiddels 10 en kan haar gevoelens heel goed verwoorden. We brainstormen samen over een oplossing.

Met lezen is ze inmiddels zo goed, dat ze het RALFI-programma van school volgt. Dus nu zoeken we nog een oplossing voor spelling. Plotseling krijg ik een idee. Ik zeg: “Als we je moeder nu eens helemaal buitenspel laten en het samen gaan oplossen via de WhatsApp?”Oefenen met spelling via whatsApp

Dat blijkt uiteindelijk een schot in de roos!

Elke dag stuur ik Emma een gesproken bericht met daarin de zin van de dag, waar ze van alles mee moet doen en het werkt! Ze voelt zich nu zelf verantwoordelijk en het gaat alleen tussen haar en mij. En die ene zin is net voldoende om daar haar stinkende best voor te doen. Soms gebeurt het dat ik door de drukte vergeet om haar wat te sturen. Nou daar helpt ze me dan op niet mis te verstane fijngevoelige wijze even aan herinneren ☺

Vakantie

Maar toen kwam de meivakantie! Van tevoren hadden we het erover dat we daar zo’n zin in hadden, waarop zij zei: “Maar ja, voor mij toch iets minder leuk, omdat ik toch moet oefenen.” Tja, vakantie is vakantie toch?!
Zelf kwam ze ermee dat ze ‘De waanzinnige boomhut van 65 verdiepingen’ (van oma gekregen) ging lezen. En vervolgens bedachten we om elkaar een paar keer per week te gaan appen om te vertellen wat we aan het doen waren (soms met foto’s en al). De enige spelregel daarbij was: Let op de spelling! En echt, ik kreeg soms meerdere berichtjes per dag van haar, allemaal keurig gespeld!

Motto

Het kost je soms hoofdbrekens om het leuk te houden en dan ben je blij als je zo’n inval krijgt! Dus ik wil maar zeggen: zoek SAMEN met je kind naar een oplossing die werkt en die past bij jouw kind! Soms kan het een verfrissend idee zijn om even wat afstand te nemen en (tijdelijk) iemand anders te vragen om te helpen (oma, een lieve tante.., een leuke neef).

Wat was voor jou een keer zo’n ‘gouden greep’? Deel hem hier onder met andere ouders, daar worden we allemaal wijzer van. En een steuntje in de rug kunnen we allemaal op zijn tijd wel gebruiken, toch?

Succes en veel plezier,
Marjolein

P.S Wil je nog meer tips voor als het oefenen thuis lastig is?  Je vindt ze in ons e-book.

Hij kent de regels wel, maar ….

Heel vaak verzuchten ouders:P1030540
Hij kent de regels wel, maar hij past ze niet toe.

Hoe komt dat, vraag je je misschien af.
We hebben ontdekt dat er een groot verschil is tussen:

Hij kent de regels
en
Hij begrijpt de regels.

Weet je nog hoeveel moeite het je vroeger kostte om ‘ingewikkelde’ regels te onthouden bij bijvoorbeeld grammatica of natuurkunde?

En hoe je die regels een week (of een dag!) na het proefwerk alweer vergeten was?

Tien tegen een dat je die regels niet ECHT begreep.
En als je nu zegt, “Ik vond het makkelijk en ik ken ze nu eigenlijk nog” dan is dat omdat je ze wel ECHT begreep.

Want wat je begrijpt – echt begrijpt – dat vergeet je nooit meer, omdat dat het onthouden van zulk soort dingen een heel ander beroep doet op ons geheugen, dan het onthouden van ‘stomme’ feiten.

Twee soorten geheugen

We hebben namelijk (minstens) twee soorten geheugen:

Eén voor wat we wat we beleven of meemaken (ons persoonlijk geheugen).
En één voor wat ons geleerd of verteld wordt (zeg maar het geheugen voor feiten).

Dat ‘persoonlijk’ geheugen is veel sterker dan het geheugen voor feiten, zeker als dat feiten zijn die ons alleen maar verteld zijn en die we ‘van buiten’ moeten leren. En als we dan ook de logica niet echte kunnen ontdekken, dan wordt het helemaal een onbegonnen zaak.

En zo zit het dus ook vaak met spellingsregels. “Ik heb ze al honderd keer uitgelegd,” zegt de juf dan, “maar hij past ze niet toe.”

Maar blijkbaar is de juf er niet in geslaagd je kind dat ene “Oh ja! Natuurlijk, zo begrijp ik het” te laten beleven. Zo’n echt “Ah, ha! moment”, zeg maar.
En daarom lijken de regels langs hem af te glijden. Omdat je niets kan met wat je niet echt begrijpt, zoals je ook op losse puzzelstukjes nog niet kunt zien hoe het uiteindelijke plaatje gaat worden

Ontdekkingsreis

Waar je kind het meest van leert, is van een ‘ontdekkingsreis’ door onze taal.

Neem dus, als je je kind wil helpen,  woorden als beGRIJPEN, beVATTEN en iets IN DE VINGERS  krijgen heel letterlijk :)).

Het is belangrijk dat je kind echt ervaart hoe dingen werken. Dat hij de kans krijgt dat door en door te begrijpen. En dat lukt het beste als hij het in een 1 op 1 situatie zelf mag uitproberen met tastbaar materiaal dat hij zelf kan kiezen, neerleggen en schuiven.

Als begeleider kun je naast je kind gaan zitten (niet er tegenover, zoals zo vaak in de schoolsituatie gebeurt) en door de juiste vragen te stellen kun je je kind sturen. Bovendien kunt je controleren of er geen denkstappen worden overgeslagen.
puzzel-bijna af
Door op deze manier zelf een aantal ‘wetmatigheden’ in onze taal te ontdekken en te ervaren, kan je kind op een niveau van begrip komen dat heel veel ‘spellingsregels’ van school overbodig maakt. De puzzelstukjes komen zo langzamerhand op hun plek en het plaatjes wordt helder.

Een leuke uitdaging!

Wil je weten hoe je je kind op deze manier kunt begeleiden? Neem dan contact met ons op! Je bent van harte uitgenodigd.

Motivatiekillers? Heb jij er ook last van?

Ken jij die monstertjes onder je bed, of in het keukenkastje…motivatie killer 2
Ze zitten overal! In allerlei soorten en maten.
Bij mij wel, tenminste!
Motivatiekillers!

Ze zorgen ervoor dat ik dingen niet doe, die ik eigenlijk zou moeten doen.
Van welke soort motivatiekillers heb jij het meeste last? En je kind?
Met name als er geoefend moet worden voor lezen en spellen?

Dit vroegen we aan ouders die taalkanjer al een beetje kennen en voor mij was de uitslag heel verrassend.
Alle ouders noemden motivatiekillers voor hun kind en NIEMAND noemde eigen motivatiekillers.

Heb jij eigen motivatiekillers, vraag ik me dan af? Laat het ons dan weten :)).
Of zou jij lachend en fluitend met met je kind thuis oefenen als je er op een of andere manier in zouden slagen om zijn of haar motivatiekillers weg te jagen?

Maar even terug naar de motivatiekillers van je kind… Degene die het meest genoemd werden zijn:

motivatie killer 3_clipped_rev_1

  • niet meer geloven in jezelf: het helpt toch niet, ik kan het toch niet.
  • een leraar die niet gelooft dat je er hard voor gewerkt hebt.
  • Ik was net al op school; thuis wil ik spelen!
  • Verhaaltjes die niet aansluiten bij de belevingswereld van je kind.
  • Nou ja, eigenlijk alles wat ‘moet’ van school; verplicht huiswerk.
  • De ‘juf’ is heilig en die legt het anders uit.
  • Alles wat op tempo moet.

 

Motivatiekiller EEN : Niet meer geloven in jezelf: het helpt toch niet, ik kan het toch niet.

Heel veel kinderen zijn door langdurig falen het vertrouwen in zichzelf kwijtgeraakt. Ze hebben zichzelf bestempeld tot ‘hopeloos’ geval.
Het kan zomaar zijn dat de juf of de meester hier een rol in speelt. Maar ook je eigen verwachtingen kunnen doorklinken in hoe je reageert op (slechte) prestaties en je kind  (onbewust) beïnvloeden.
Als je gewend bent om je kind heel erg te prijzen voor wat goed gaat, dan blijkt daaruit dat je daar veel waarde aan hecht en dan zal het extra hard aankomen als het (een keer) minder gaat.
Te veel of te uitbundige complimenten die vooral gericht zijn op behaalde resultaten , kunnen een kind dus kwetsbaar maken. Het zal zijn eigenwaarde gaan afmeten aan de hoeveelheid complimenten die het krijgt en daarmee indirect aan de prestaties die het haalt.

Wees dus zuinig in je complimenten voor goede resultaten, maar benadruk vooral dat je de inspanning waardeert. “Hey, lekker gewerkt” heeft een andere lading dan “Hey, (bijna) geen fouten”.

Natuurlijk helpt het als je kind succes ervaart. Maar laat hem ook vooral zelf bepalen wanneer hij succesvol is. Als je kind met veel plezier of succes werkt aan iets (een tekening, een legobouwwerk, een knutselwerkje, een oefenblad) en hij is daar trots op, dan is dat voldoende. Hij voelt daarmee zijn eigen waarde en hoeft die niet nog een keer af te meten aan een (uitbundige) reactie van jou. Een aai over zijn/haar bol waarmee je zijn eigen gevoel bevestigt, is voldoende.

Bij schoolwerk is het dus ook belangrijk dat je benadrukt dat je de inspanning waardeert. En dat het misschien moeilijk is, maar dat jij er in ieder geval alle vertrouwen in hebt dat het gaat lukken.
“Ik kan het niet.” “Ik snap er niks van” voelt heel anders dan “Ik heb nog niet ontdekt hoe dat moet.” Het ‘nog niet’ houdt een belofte in voor de toekomst.

Motivatiekiller TWEE: Een leraar die niet gelooft dat je er hard voor werkt.

Helaas maken we maar al te vaak mee dat leerkrachten niet geloven dat iets zo moeilijk kan zijn en dat ze niet willen zien hoeveel energie jij erin steekt. Ze zijn gewend dat af te meten aan het resultaat en als dat tegenvalt, hebben ze hun conclusie al getrokken.
Mijn neefje worstelde ook enorm met leren lezen en schrijven en hij had op school voortdurend het gevoel dat hij dingen moest doen die hij niet kon. Hij zat in een grote combinatieklas in een klein schooltje op Texel en moest dus vaak zelfstandig werken. Maar hij wist vaak nog niet eens hoe hij moest beginnen aan een taak…. Dus wat deed hij? Kletsen met zijn buurman, zijn potlood maar weer eens gaan slijpen, naar de WC lopen…
De juffrouw was er van overtuigd dat hij zijn werk niet af had, omdat hij zo onrustig was. Als zijn werkhouding dus maar eens eindelijk verbeterde! Had hij geen ADHD of zo? Misschien een pilletje? Zij draaide duidelijk oorzaak en gevolg om!

Zie je dus dat jouw kind thuis heerlijk rustig zit te spelen, zich goed kan concentreren op iets wat hem goed afgaat? Dan weet je dat je onrustig gedrag op school of bij het maken van schoolwerk als een alarmbel moet opvatten.

Motivatiekiller DRIE: Ik was net al op school; thuis wil ik spelen!

MotivatiekillerBegrijpelijk dat je kind niet blij is als er thuis (extra) werk gemaakt moet worden.
Probeer daar duidelijke afspraken over te maken met je kind:

– Hoe laat ga je eraan beginnen? Hoe lang werk je door zonder jezelf af te leiden?
Sommige kinderen houden het een half uur vol, maar anderen moeten na 5 minuten al echt weer even de benen strekken.
Bij mijn dochter wekte het schoolwerk zoveel spanning op, dat ze het maar heel kort volhield.
Ik hakte het dus in kleine porties voor haar (liefst niet meer dan drie, anders werd het zo onoverzichtelijk). Steeds als er een stukje af was, mocht ze even lopen, of even iets te drinken halen. Of even tekenen. En soms hielp het dat we er een wekker bij zetten: gaat die af, dan heb je even pauze 🙂
– Kies er een goed moment voor, zodat je kind zijn of haar spel niet hoeft te onderbreken. Wanneer gaat de TV of de computer toch al uit? Tijdens het eten? Plan dan het huiswerkmoment vlak voor of na het eten. Of misschien is ‘vlak voor het naar bed gaan’ een mooi moment. Mijn dochter wist dan feilloos: hier kan ik de gang naar boven nog mooi 15 minuten mee uitstellen :).
– Kijk of je op een of andere manier een spelelement kunt toevoegen. Moeten er woordjes geoefend worden? Pak er een dobbelsteen bij en bepaal dat wie ‘even’ gooit er een moet opschrijven. Of schrijf ze op losse briefjes en speel memory. Als je een paar binnenhaalt, moet je het woord een keer opschrijven of spellen (met alfabetletters!). Je kind kan vast nog meer bedenken. Ik vond het vroeger zelf leuk als ik met een mooie pen mocht schrijven. Misschien houdt jouw kind daar ook van.

Naar aanleiding van de eerste serie motivatiekillers, kregen we een heel persoonlijke reactie van een moeder. Zij zei:

Natuurlijk ken ik zelf ook motivatiekillers,  maar dat is best lastig om toe te geven want eigenlijk wil je het liefst zeggen dat je alles voor je kind over hebt en je je kind natuurlijk altijd wil helpen. Maar hoe moeilijk is dat, als je met al je gekke of leuke spelletjes, argumenten, complimenten, motiverende woorden, etc. het maar niet voor elkaar krijgt dat je kind aan de slag gaat. Dan zakt op zo’n moment bij mij ook even de moed in de schoenen, ga soms lelijke dingen zeggen en ruim teleurgesteld en boos de boel maar weer op.

Natuurlijk! Zo begrijpelijk en ook zeker niet iets wat je jezelf kwalijk moet nemen.

Maar misschien is het wel een signaal dat je het anders aan moet gaan pakken en dat je dat niet alleen kunt.

Wij hebben die momenten van grote frustratie ook gekend. motivatiekillersWaarbij herhaling en oefenen thuis noodzakelijk leek, maar als het dan met veel kunst en vliegwerk van onze kant gedaan was, dan hadden we nog het gevoel: Is dit het nou? Gaan we hier de slag mee winnen?

Het was niet onze ‘schuld’ dat het niet lukte, maar we voelden het wel als verantwoordelijkheid om te blijven zoeken naar een oplossing.

Maar nu weer terug naar de motivatiekillers 😉

Motivatiekiller vier: verhaaltjes die niet aansluiten bij de belevingswereld van je kind.

Als lezen je moeite kost en je moet dan bovendien iets lezen wat je niet boeiend vindt…
Wat is saaier en vervelender!!??

Jouw uitdaging: zoek naar iets wat je kind wel leuk vindt. En dan maakt het niet uit wat het is, als er maar letters op staan: een spel met kaartjes die gelezen moeten worden, de (junior) Donald Duck, een recept voor lekkere koekjes, een handleiding voor het maken van een eigen speedboot(je).

Wat je daarmee eigenlijk bereikt is dat het lezen niet meer het doel op zich is. Maar het middel om toegang te hebben tot iets leuks of interessants. En dat is eigenlijk ook waar lezen voor bedoeld is :)). En wedden dat de weerstand een stuk minder wordt!

Motivatiekiller vijf: Nou ja, eigenlijk alles wat ‘moet’ van school; verplicht huiswerk.

Aan het klassikale verplichte huiswerk kunnen we niet zoveel veranderen, helaas.
Maar als je kind speciaal huiswerk meekrijgt omdat het op school niet goed gaat, dan kunnen we daar wel heel veel mee. Want waar het om gaat is de vraag of dat het extra werk ook echt wat toevoegt. Als jij het gevoel hebt dat dat niet geldt voor het werk dat je kind meekrijgt, gooi het de prullenmand!

Voor ons werkte het oefenen thuis pas, toen we dat heel gericht konden gaan aanpakken. Met een heel duidelijke visie op welke aanvullende inzichten en strategieën onze kind nodig had.

Motivatiekiller zes: De ‘juf’ is heilig en die legt het anders uit. 

Dat is voor ons de lastigste (en tegelijkertijd de belangrijkste!), want natuurlijk heeft de juffrouw in de klas ook een ‘systeem’ Ze legt de dingen op een bepaalde manier uit, omdat de methode waar ze mee werkt dat zo vraagt. Maar haar methode werkt niet voor alle kinderen…. Sommige kinderen hebben meer en andere informatie nodig. En soms moeten we ze bepaalde vaardigheden aanbieden en extra laten oefenen die andere kinderen vanzelfsprekend ontwikkelen.

Zoveel ouders zeggen tegen ons:
“Ik heb het gevoel dat hij het gewoon zou moeten kunnen”
“Er komt niet uit wat erin zit”

Deze ouders hebben (bijna) altijd gelijk!
Dan is het toch zonde om te blijven steken in het aanbod van school en om niet op zoek te gaan naar wat jouw kind nodig heeft!
Dan moet je – samen met je kind (!) – die stap gewoon zetten.

Voor sommige kinderen geeft “iets nieuws” het positieve gevoel van verandering: nieuwe ballen, nieuwe kansen. Terwijl andere kinderen het als een bedreiging kunnen zien: al weer iets wat ik misschien niet kan! Hoe jouw kind daarin staat, weten wij natuurlijk niet. Maar behalve dat we je graag uitleggen WAT je dan extra en anders zou moeten doen, denken we ook heel graag met je mee over HOE je dat dan gaat doen en over hoe je je kind daarin het makkelijkst en het meest effectief meeneemt.

Heel veel kinderen reageren er goed op als je het gewoon uitlegt: We gaan het op een andere manier proberen, die beter bij jou past.

Mijn dochter zei als snel: “Als de juf het dan op school uitlegt, dan doe ik mijn oren wel even dicht.”
Of ze het ooit echt gedaan heeft, weet ik niet. Maar ik weet wel dat ze zich al heel snel bij mijn manier van aanbieden beter voelde dan bij de manier van school.
Maar voor haar was het gevoel dat wij er samen – mama en zij – de schouders onder gingen zetten en heel belangrijk.

Motivatiekiller zeven: Alles wat op tempo moet.

Waneer kun je tempo maken? Als je iets voldoende beheerst!
Pas DAN komt het moment om te kijken of het ook sneller kan. Sneller is uiteindelijk wel de bedoeling, natuurlijk, maar niet het doel op zich. Je wil snel en vlot kunnen lezen, omdat je dan je teksten beter begrijpt, de sommen makkelijker kan maken en niet om hoog te scoren op een testje.

Op school krijgen kinderen nog wel eens het gevoel dat het andersom is: dat snel ook goed is en dat snel een doel op zich is.

Dit leidt tot heel veel stress en frustratie.

Laatst vertelde een moeder ons dat ze met haar kind 4 keer per week een tekst moet lezen en dat ze daarbij de tijd moet bijhouden, want het moet steeds sneller kunnen. Natuurlijk lukt dat niet altijd en dan zegt ze tegen haar zoon dat dat niet erg is. Maar dat hij toch wel die druk blijft voelen.

Dat is heel begrijpelijk, want hoe dubbel is die boodschap! Je kunt niet zeggen dat sneller niet belangrijk is en tegelijkertijd een stopwatch hanteren.

Snelheid is een makkelijke manier om vooruitgang te meten, maar is het ook een eerlijke manier? En leidt tijdsdruk tot een echte kwalitatieve verbetering?

Of moet je andere manier vinden om het voor je kind makkelijker te maken, zodat het daarna vanzelf sneller gaat?

Spiekbriefje in je hoofd

Je wil dus niet van je kind vragen om ‘zomaar’ sneller te leren lezen.
Je moet hem helpen te ontdekken HOE hij of zij die onmiddellijke woordherkenning onder de knie kan krijgen… ofwel een spiekbriefje maken in zijn hoofd. Je leest er hier meer over: Spiekbriefje in je hoofd.

Om een of andere reden heeft je kind dat tot nu toe niet te pakken gekregen, maar wij hebben ontdekt dat heel veel kinderen het gewoon kunnen leren en dat ze daarna hun ‘mentale woordenboek’ kunnen gaan vullen, zoals vlotte lezers dat ook doen.

Als je kind stabiele innerlijke woordbeelden heeft, dan is spelling ook geen probleem meer!

En het tempo? Dat komt dan vanzelf :)).

We zijn benieuwd wat jouw gedachten zijn bij het lezen van dit artikel. Wil je het met ons delen?

BewarenBewaren

BewarenBewaren

like

Zorg er met 1 klik voor dat je geen nieuwe ontwikkelingen mist