Page content

Spiekbriefje in je hoofd!

Spiekbriefje in je hoofd!

18912875_s met rand
Een spiekbriefje in je hoofd, waarop je razendsnel kunt zien hoe een woord geschreven moet worden.
En dat je helpt om een woord – als je het eenmaal een paar keer gezien hebt – onmiddellijk te herkennen als je het moet lezen…

• Dus niet meer tweifelen 😉 over de spelling.
• Niet meer moeizaam ontcijferen of raden tijdens het lezen.

Is dat ook mogelijk voor jouw kind?

Voor we die vraag kunnen beantwoorden, gaan we eerst in op wat zo’n spiekbriefje eigenlijk is.

Wat doet een spiekbriefje voor je?

Laten we eens kijken naar hoe een geoefende speller of lezer omgaat met een ‘spellingprobleem’.
Stel deze geoefende speller moet het woord ‘trein’ opschrijven en hij zou twijfelen tussen de e,i of i,j:

Wat zal hij dan doen? Hij schrijft beide woorden (in gedachten) op en ziet dan dat een van de twee er raar uitziet. Net zoals jij dat waarschijnlijk ziet bij een van de woorden hierboven.
Hoe komt het dat hij dat ziet?
Dat komt doordat hij in zijn hoofd als het ware een ‘plaatje’ heeft van het goede woord. Hij heeft een beeld van hoe dat woord eruit hoort te zien: een visueel woordbeeld.

Handig!

Hij hoeft dus bij het schrijven van het woord ‘trein’ zich alleen maar het visuele woordbeeld voor de geest te halen en hij kan het woord snel en foutloos schrijven. Hij heeft dus altijd een ‘spiekbriefje’ bij zich!

En omdat hij beschikt over dat visuele woordbeeld, zal hij bovendien bij het lezen het woordje ‘trein’ in een oogopslag herkennen. Snel en moeiteloos. Lezen gaat dan dus veel makkelijker, waardoor er weer aandacht is voor de inhoud van de tekst.

Breinonderzoek

Er wordt steeds meer wetenschappelijk breinonderzoek gedaan naar het proces van (leren) lezen en spellen.
Aan de Universiteit van Georgetown (Washington) keken onderzoekers hoe lezers omgaan met ‘nieuwe’ woorden en met ‘bekende’ woorden. Men ontdekte het volgende:

klik plaatje voor link naar het artikel

“Als we een woord eenmaal een paar keer ontcijferd hebben [3 à 4 keer], dan ziet ons brein het als een plaatje en niet als een groep letters die ‘geanalyseerd’ moeten worden.

De woorden worden opgeslagen in wat in het Engels The Word Form Area (WFA) genoemd wordt (in de visuele cortex, achter in ons brein), wat wij graag vertalen als: ons mentale visuele woordenboek. 

En dat woordenboek zit dus vol met die zo felbegeerde spiekbriefjes!!

Want nieuwe woorden worden al heel snel bekende woorden.

Een andere onderzoekster (Sally Shaywitz – Overcoming Dyslexia) deed met fMRI onderzoek naar het functioneren van het brein van lezers en ze vergeleek daarbij mensen die gewoon vlot (hebben leren) lezen en mensen die dyslectisch zijn.

Sally Shaywitz

Zij zag dat normale lezers het visuele gedeelte van hun brein inschakelen bij het lezen (gele gebiedje = WFA), terwijl bij mensen die zwak lezen en spellen vooral het auditieve gebied (groen) (over)actief is.

Beide onderzoeken wijzen er dus op dat lezen in wezen een visueel proces is.

Wat zien we in de klas?

Bij de meeste kinderen die hun eerste woordjes leren lezen, doet het visuele centrum (het WFA) vanzelf mee. Deze kinderen vullen automatisch in de loop der tijd hun mentale visuele woordenboek – zonder dat zij of iemand anders daar omkijken naar hebben.
Maar bij een behoorlijke groep kinderen (de schatting is rond de 20%) gaat dit niet vanzelf en dan ontstaan de problemen.

Bij het lezen

Deze kinderen blijven bij lezen aangewezen op moeizaam hakken en plakken. Zij moeten steeds opnieuw (hardop) de klanken die horen bij de letters die ze zien benoemen (hakken) dan het woord zeggen (plakken). Pas op dat moment kunnen ze er betekenis aan hechten. Als ze al zover komen, want het ontcijferen kost zoveel moeite dat het brein overbelast raakt. We zien dus dat deze kinderen over het algemeen weinig tekstbegrip ontwikkelen. Versnelling treedt niet echt op. Kinderen worden wel vaardiger in het hakken en plakken, maar ze krijgen geen toegang tot de versnelde aanpak.

Je kunt het vergelijken met steppen op een fiets. Misschien leren ze sneller steppen, maar ze leren niet fietsen.

Hierbij ga ik nog even voorbij aan het probleem dat ze vaak geen inzicht hebben in welke klank er dan precies bij die letter hoort. Want de klanknamen van de letters (zoals ze die in groep 3 leren) komen heel vaak niet overeen met de klank van de letter in het woord dat ze proberen te ontcijferen. Vergelijk ja en jas. De kinderen leren dat de a een ‘ah’ is, maar in het woordje ja kunnen ze daar niks mee.

Bij het spellen

Bij het spellen is hun enige houvast de klank van het woord als geheel. Zij blijven dan afhankelijk van de auditieve strategie die uitgaat van ‘ik schrijf wat ik hoor’.

Ze moeten keer op keer de aparte klanken in een woord onderscheiden en koppelen aan een schrijfwijze. Maar het probleem met onze taal is, dat de klank van een woord vaak onvoldoende informatie geeft over de spelling. Want als je zou mogen schrijven wat je hoort, zijn al deze woorden goed: trijn, nigje, zach, leew, mooj, pieloot en boomen. Dit steeds weer opnieuw analyseren kost heel veel inspanning.

Gevolg

Lezen en schrijven blijven moeizame processen om helemaal wanhopig van te worden. Met als gevolg: deze kinderen laten het koppie hangen, verliezen het vertrouwen in zichzelf en ze raken ervan overtuigd dat ze het NOOIT zullen leren.

Woorden ‘voor je zien’

Sommige kinderen hebben bij het horen van het woord ‘trein’ een heel sterk visueel beeld, maar niet van het ‘woord’. Zij zien de ‘betekenis’. Dit dus:

trein_woordbeeld

En dat helpt ze helaas bij het schrijven niet verder!

Ieder kind kan leren om naast het visuele beeld van het voorwerp (?) en de klank van het woord (“trein”) ook het visuele beeld van het woord op te slaan.

visueel woordbeeld opslaan

 

 

 

Ieder mens gebruikt zijn visuele centrum namelijk continu.

Daardoor herkennen we mensen om ons heen, we weten waar we zijn als we fietsen.

We vullen die visuele databank met wat we maar willen, waardoor we gebouwen herkennen, Pokémon, bloemen, de plaatjes uit het plakboek van Freek Vonk… (Is het niet zo dat jouw kind bij het openen van het nieuwe pakje onmiddellijk weet: Hé! die is nieuw! Of Hé! die heb ik al!!)

Maar om een of andere reden gebruiken sommige kinderen dat visuele geheugen niet voor woorden.

Waarom dat zo is, is niet precies bekend.

Maar gelukkig is inmiddels ruimschoots aangetoond dat ze dat wel kunnen leren!

De ‘oren’ maken overuren!

Bij kinderen die zo worstelen speelt luisteren de belangrijkste rol bij het (leren) lezen en spellen. Vaak wordt dit op school extra gestimuleerd: goed luisteren zodat je weet wat je moet schrijven! Het groene gebiedje in hun brein maakt overuren!

Het doel van de aanpak van Taalkanjer is dat de veel snellere en veiligere visuele aanpak ook voor deze kinderen beschikbaar komt. Daarom is het essentieel dat ze beter gaan KIJKEN! Niet alleen naar het woord als geheel, maar heel bewust ook naar de letters in het woord. We moeten ze door de vragen die we stellen verleiden om meer hun visuele brein aan het werk te zetten.

  • Dus niet: welke klanken hoor je?
  • Maar: welke letters zie je? Kun je ze noemen?

Daarbij is het heel belangrijk dat de letters NIET benoemd worden met hun klanknaam. Klanknamen zetten namelijk direct de oortjes weer open en dat willen we (nu) niet!

In plaats daarvan benoem je de letters met de naam die ze in het alfabet hebben:

Je spelt dus het woord zoals ook volwassenen dat doen en daarna zeg je het woord meteen. In eerste instantie zal een plaatje je helpen om het hele woord te zeggen, later herken je het woordbeeld ook zonder plaatje.  (Proces versneld weergegeven… in de praktijk zijn er een paar tussenstappen).

k-a-t  is kat
s-n-e-e-u-w is sneeuw

Letters – benoemd met de alfabetnaam – activeren het visuele systeem en dwingen om goed te kijken en helpen bij het opslaan van het woordbeeld.

Spelt een kind “sss-nn-eeuw” op klank, dan blijft de visuele waarneming van vooral het eeuw stukje globaal. Daardoor wordt er geen woordbeeld opgeslagen. De volgende keer dat een soortgelijk woord gelezen moet worden is er geen spiekbriefje voorhanden en bij het schrijven zie je dit soort fouten:

Relatie klank – letter

Natuurlijk is er een relatie tussen een klank en een letter. Kinderen moeten dus weten welke klank er bij een letter hoort. Maar ze hebben al heel snel door dat die relatie niet 1 op 1 is.

Geen probleem voor kinderen die een visueel woordbeeld ontwikkelen, maar een RAMP voor kinderen die aangewezen zijn op moeizaam ontcijferen.

Deze kinderen moeten we dus meteen inzicht geven in die relatie:

Bijvoorbeeld: Bij de letter a horen twee klanken: de lange a-klank en de korte ah-klank. Maar het prettige is dat je meteen aan het woord kunt zien wat je tegen de a moet zeggen. Je hoeft niet te gokken :).

Voor kinderen die je deze duidelijkheid biedt, is dit een echte eye-opener. Ze krijgen het gevoel: “Ik ben toch niet gek!” en staan open om aan de slag te gaan.

Eerste stap?

Wat is de eerste stap die jij kunt zetten op weg naar zo’n stabiel visueel woordbeeld?

Taalkanjer zou Taalkanjer niet zijn als we je daarvoor niet heel leuk en aantrekkelijk aanbod zouden doen.

Je kind moet namelijk ‘gewoon’ het alfabet leren en vertrouwd raken met de alfabetnamen van de letters. Omdat we weten dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is en op school vaak zelfs ‘taboe’ is, willen we je laten ervaren dat het heus allemaal wel meevalt.

Je kind kent namelijk al heel veel alfabetnamen van letters :))
Alleen realiseren jullie je dit misschien niet.

We hebben een kwartet gemaakt dat we een beetje eigenwijs het
“Wat je eigenlijk niet mocht weten, maar je stiekem toch weet”-kwartet genoemd hebben.

Vraag het hier aan en veel plezier ermee!

Met het aanvragen van het kwartet geef je ons toestemming
om je gegevens te verwerken zoals beschreven in onze privacyverklaring.
Omdat wij je absoluut niet willen spammen,
kun je je op ieder moment weer afmelden!

Spellingsregels zijn onlogisch!

spellingsregels-onlogischHoeveel kinderen (en hun ouders) horen we bij deze uitspraak zeggen: “Inderdaad!”

Waarom moet plein met ei en lijn met ij? Waarom mag kijkt niet met ei?
Is er dan niemand die mij dat kan vertellen?

Nee, helaas!
Voor dit probleem is geen logische uitleg te geven.

Op school worden alle woorden in categorieën (ook wel afspraken of spellingregels genoemd) ingedeeld. In sommige methodes zijn dat er 10-tallen! Kinderen moeten deze spellingcategorieën leren, vaak met nummer en al en ze krijgen het maar niet in hun hoofd! Of ze kennen de regel wel, maar passen hem niet toe in de praktijk.

Je laat iemand die kleurenblind is toch ook niet voorwerpen op kleur sorteren?

Voor Taalkanjer is het hanteren van spellingcategorieën voor kinderen die zo worstelen met leren spellen net zoiets als iemand die kleurenblind is dingen laten sorteren op kleur!

Hoe kun je – als je geen idee hebt waar het over gaat – woorden in categorieën plaatsen?
En als je wel weet waar het over gaat, waar heb je dan die categorieën nog voor nodig?
Ik ken geen enkele spellingcategorie, maar toch is mijn spelling heel behoorlijk :).

Wat heb je aan categorie 14b (woorden met een ij) als er achter staat als schrijfregel: ik leer deze woorden uit mijn hoofd.
Of voor ouw/auw/au/ou woorden: Ik leer deze woorden uit mijn hoofd.

Dat is NIET te doen, als je niet weet hoe het in je hoofd werkt! Of eigenlijk: als het bij jou anders werkt dan bij 80% van de andere kinderen in je klas.
Want ja… ZIJ kunnen woorden uit hun hoofd leren. Of eigenlijk: IN hun hoofd voor zich zien.

Spiekbriefjes

Dat is wetenschappelijk bewezen: na een paar keer zien de meeste mensen (en kinderen!) woorden als een plaatje. Ze hebben er een soort spiekbriefje van in hun hoofd: ze weten hoe het woord eruit ziet. En wat ze op school doen met het overschrijven en oefenen is de lijst met spiekbriefjes steeds langer maken.

Maar wat nou als jij in je hoofd die spiekbriefjes niet hebt? Hoe ga je dan onthouden of het trein of trijn moet zijn?

Dat vertellen ze er op school niet bij. Helaas….

Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die worstelen met leren lezen en spellen geen spiekbriefjes (visueel woordbeeld) ontwikkelen.

Maar… en dat is veel leuker: ze kunnen het wel leren!

Je kunt het leren!

Als je de lesstof maar op de goede manier aanbiedt.
Zoals Juf Karin dat deed, in haar klas.
Ze staat voor groep 3 waar ze op een speciale manier aan het werk gaat.

Resultaat (ondanks het feit dat ze een paar kinderen uit groep 2 meekreeg met het ‘label’ risicokind).

Op een klas van 22 kinderen:
59% A score
27% B score
13% C score
Geen enkel kind scoorde D of E niveau!

Dus: weg met al die eindeloze ‘categorieën’ waar je niks aan hebt en die alleen maar ballast zijn in je hoofd.

Wat kan je nu al doen?

Wil jij weten wat voor jouw kind de eerste stap is om een stabiel visueel woordbeeld te ontwikkelen? Zodat hij ook kan beginnen met woorden op dezelfde makkelijk manier op te nemen en toe te voegen aan zijn ‘mentale woordenboek’?

Speel dan samen het “Wat je eigenlijk niet mocht weten, maar wat je stiekem toch weet”-kwartet.
Je kunt het hier downloaden:

Met het aanvragen van het kwartet geef je ons toestemming
om je een aantal mails te sturen.
Omdat wij je absoluut niet willen spammen,
kun je je op ieder moment weer afmelden!

Maar onthoud: hoe langer je wacht, hoe groter de achterstand wordt!

O, ja… Een vraag die we dan vaak krijgen:

Moet mijn kind dan alle woorden uit zijn hoofd leren?
Antwoord:
Nee hoor, want gelukkig zijn er ook spellingregels die WEL logisch zijn.
Die ons juist WEL helpen om te verklaren hoe je sommige woorden moet schrijven.

Maar daarvoor is het wel noodzakelijk dat je een andere uitleg geeft dan die op de meeste scholen gebruikelijk is.
Want met die andere uitleg kun je heel veel van de verwarring (letterchaos in het hoofd van je kind) wegnemen!

Dus:

Zie jij regelmatig fouten als in:

de-kiker haagelslag

Neem dan eens contact met ons op.

WhatsApp helpt met oefenen

Ik werk al langere tijd met Emma, een meisje met een ernstige vorm van dyslexie. Ik heb veel contact met haar moeder en ik moet zeggen, zij is goed in het verzinnen van van alles en nog wat om het oefenen leuk te houden.

Maar toch verzuchtte ze laatst: “Ik weet niet meer hoe ik het aantrekkelijk voor haar kan maken. Er is iedere keer gedoe als we moeten oefenen.”
En tegen wie kan Emma nu beter mopperen dan tegen haar moeder!

Best lastig!

Als Emma weer  bij mij komt, praten we erover hoe lastig het is, als je na schooltijd wéér met die spelling aan de slag moet. Ze is inmiddels 10 en kan haar gevoelens heel goed verwoorden. We brainstormen samen over een oplossing.

Met lezen is ze inmiddels zo goed, dat ze het RALFI-programma van school volgt. Dus nu zoeken we nog een oplossing voor spelling. Plotseling krijg ik een idee. Ik zeg: “Als we je moeder nu eens helemaal buitenspel laten en het samen gaan oplossen via de WhatsApp?”Oefenen met spelling via whatsApp

Dat blijkt uiteindelijk een schot in de roos!

Elke dag stuur ik Emma een gesproken bericht met daarin de zin van de dag, waar ze van alles mee moet doen en het werkt! Ze voelt zich nu zelf verantwoordelijk en het gaat alleen tussen haar en mij. En die ene zin is net voldoende om daar haar stinkende best voor te doen. Soms gebeurt het dat ik door de drukte vergeet om haar wat te sturen. Nou daar helpt ze me dan op niet mis te verstane fijngevoelige wijze even aan herinneren ☺

Vakantie

Maar toen kwam de meivakantie! Van tevoren hadden we het erover dat we daar zo’n zin in hadden, waarop zij zei: “Maar ja, voor mij toch iets minder leuk, omdat ik toch moet oefenen.” Tja, vakantie is vakantie toch?!
Zelf kwam ze ermee dat ze ‘De waanzinnige boomhut van 65 verdiepingen’ (van oma gekregen) ging lezen. En vervolgens bedachten we om elkaar een paar keer per week te gaan appen om te vertellen wat we aan het doen waren (soms met foto’s en al). De enige spelregel daarbij was: Let op de spelling! En echt, ik kreeg soms meerdere berichtjes per dag van haar, allemaal keurig gespeld!

Motto

Het kost je soms hoofdbrekens om het leuk te houden en dan ben je blij als je zo’n inval krijgt! Dus ik wil maar zeggen: zoek SAMEN met je kind naar een oplossing die werkt en die past bij jouw kind! Soms kan het een verfrissend idee zijn om even wat afstand te nemen en (tijdelijk) iemand anders te vragen om te helpen (oma, een lieve tante.., een leuke neef).

Wat was voor jou een keer zo’n ‘gouden greep’? Deel hem hier onder met andere ouders, daar worden we allemaal wijzer van. En een steuntje in de rug kunnen we allemaal op zijn tijd wel gebruiken, toch?

Succes en veel plezier,
Marjolein

P.S Wil je nog meer tips voor als het oefenen thuis lastig is?  Je vindt ze in ons e-book.

Woordparen

Wat je kind schrijft is zo gek nog niet! Toch?

Stel je kind schrijft:

Hij zit hart te laggen.

Wat je kind geschreven heeft, is zo gek nog niet…. Maar wel fout!

Je kunt het lezen, het klinkt goed… Maar waarom ‘mag’ het niet?
Weet jouw kind veel?!

Wij “zien” dat laggen er ‘raar’ uitziet, maar je kind ziet dat niet. Het heeft nog geen visueel woordbeeld ontwikkeld. (een visueel woordbeeld, wat is dat eigenlijk?)

We moeten dus helpen bij het ontwikkelen van zo’n visueel woordbeeld.

Hoe?

We geven een woordpaar:

woordpaar vlaggen lachen

We laten zien dat de keus van je kind (-gg-) wel kan, maar dat die niet klopt in lachen.
In een ander woord, bijvoorbeeld vlaggen, is die keus wel prima.

Wat bereiken we hiermee:

  • We bevestigen dat de gekozen schrijfwijze zo gek nog niet was.
  • We laten zien welke keuze er is: voor deze klank moet je kiezen tussen -ache- of -agge-
  • We zetten beide woordbeelden tegenover elkaar.

En nu moeten we de woordbeelden nog ‘inprenten’.

Dat doen we door beide woorden regelmatig te spellen (met alfabetletters!), over te schrijven, op te schrijven, met de letterdoos te leggen, achterstevoren te spellen, met de vinger in de lucht te schrijven etc…

Ook een goede manier: Neem het woordpaar over op een strookje papier en plak dat met kneedgum op de keukendeur, op de WC naast de scheurkalender, op de spiegel in de badkamer (dan ziet je kind het iedere dag bij het tandenpoetsen).

Kijk welke aanpak jouw kind helpt.

Je moest eens weten hoeveel briefjes met Engelse woordjes er bij ons op de spiegel gehangen hebben.. of recenter: verkeersborden voor het rijexamen….

Want herhaling, herhaling, herhaling… daar gaat het om.

Ziet je kind het woord al voor zich? Super. Doel bereikt 😉

Wat doen we met hart en hard?

Daarmee doen precies hetzelfde, maar dan moeten we nog iets meer aanvullende informatie geven:

woordpaar hart hard Heb jij een woordpaar nodig voor een verschrijving van je kind? Laat het ons weten en je krijgt het per kerende post toegestuurd!

Veel spelplezier!

Margit en Jorien

Klinkers en medeklinkers

Zoek de klinkers

Ons alfabet bestaat uit twee soorten letters: klinkers en medeklinkers.
Het onderscheid is erg belangrijk voor inzicht in de spellingsregels.

Je ziet hier hoe het zit:

alfabet

De klinkers zijn rood, de medeklinkers zijn paars.
In het volgende doolhof kun je de beer helpen de grot te vinden voor zijn winterslaap.
Kleur alle vakjes met een klinker en je ziet hoe de beer moet lopen.

Klinkerpaadje
Veel plezier!

Ik ga op reis en ik neem mee….

Je kind leert op school om vooral goed naar woorden te luisteren. En om vervolgens aan iedere klank een letter te koppelen. Helaas werkt dat niet altijd voor Nederlandse woorden. Daarom moet heel veel woorden ‘gewoon’ onthouden’ hoe je het schrijft. Maar hoe doe je dat nu?

Je maakt daarvoor gebruik van je visuele geheugen. Dat heeft iedereen!
En het heeft niks met beelddenken te maken. Ieder kind vindt op een vol schoolplein zijn of haar eigen vader of moeder. Tussen tientallen andere ouders.
Is dat moeilijk? Nee, natuurlijk niet.
Je kind ‘weet’ hoe mama of papa eruit zien, omdat hij daar een voorstelling van heeft. Hij ziet hen in gedachten voor zich. Onbewust…

Dat visueel geheugen is ijzersterk. Je weet je vaak nog dingen van heel lang geleden te herinneren.
Jullie weten nog precies hoe het vakantiehuisje van deze zomer eruit zag, maar zelfs nog waar daar de koeltrommel stond, of hoe je moest lopen om bij het zwembad te komen.

Van dat sterke visuele geheugen kunnen we ook gebruik maken om bewust dingen te onthouden.

In een spelletje gaan we ontdekken hoe dat werkt:

Ik ga op reis en ik neem mee….. (onbeperkt aantal spelers)
Iedereen kent dit spel: de eerste speler zegt:
Ik ga op reis en ik neem mee: een zwembroek.
De tweede speler herhaalt en voegt iets toe:
Ik ga op reis en ik neem mee: een zwembroek en een duikbril.
Dan is de volgende aan de beurt:
Ik ga op reis en ik neem mee: een zwembroek, een duikbril en een ……… (voeg wat nieuws toe).
Ieder volgende speler herhaalt de reeks en voegt één ding toe.
De kunst is dus: ONTHOUDEN!!!!

Hoe kun je dit nu het beste doen?
Bij ieder voorwerp dat genoemd wordt, probeer je een zo scherp mogelijk visueel beeld te krijgen: welke kleur heeft die zwembroek? Zie je hem echt voor je (hoe ziet jouw eigen zwembroek eruit? Kun je die beschrijven?).
Stel je voor dat je hem ziet liggen…. bijvoorbeeld op je handdoek op het strand.
Wat ligt er naast die zwembroek? Die duikbril natuurlijk! Hoe ziet die er uit: is het zo’n grote, die over je neus past? Of zijn het twee van die aparte rondjes? Welke kleur heeft hij?

duikbrillen

Moedig je kind(eren) aan om het plaatje zo duidelijk mogelijk ‘voor ogen’ te krijgen.
Je kunt dat doen door hem de voorbeeldvragen van hierboven te stellen over kleur, model, afmetingen etcetera.

Wat kan er nog meer naast die zwembroek en die duikbril op de handdoek liggen? Dat kan het volgende voorwerp in het rijtje zijn…..

Maar je mag ook iets heel anders kiezen. Bijvoorbeeld: een tandenborstel. Maar dan moet die ook precies beschreven worden… welke kleur? Waar ligt ie? Wat ligt er naast?

Als spelend zul je merken dat je geen ‘losse flodders’ hoeft te onthouden, maar samenhangende plaatjes. En dat het visuele beeld dat je daarbij maakt, enorm helpt.

De eerste paar keer speel je het op die manier ‘samen’, waarbij je je kind coacht. Beschrijf ook je eigen visuele plaatjes voor hem. Hij moet het voorwerp dat jij noemt ook in ‘zijn eigen plaatje’ opnemen. Daarna laat je het hem zelf op die manier doen (vraag af en toe of hij een plaatje in zijn hoofd heeft). En kijk niet verbaasd, als je kind het spel dan dik van je wint!

Veel plezier!
Jorien en Margit

En? Hoe ging het? Deel je het met ons hieronder 🙂

like

Zorg er met 1 klik voor dat je geen nieuwe ontwikkelingen mist