Page content

Het geheim van de klinker

Het geheim van de klinker

Er is in onderwijsland iets raars aan de hand met klinkers.
Het alfabet kent er 5 (de y niet meegerekend, omdat deze letter zich afwisselend als klinker en als medeklinker gedraagt), maar kinderen in groep 3 leren er al gauw zo’n stuk of 20. Met als gevolg dat er aan de stroom ‘nieuwe’ letters geen eind lijkt te komen.
Kinderen die in groep 3 enthousiast aan het leren lezen beginnen, worden er soms toch wel wat moedeloos van: vandaag ALWEER een nieuwe letter!

Natuurlijk moeten kinderen de eu, ui, oe, au, ou etc leren kennen.

Maar als het over de a en de aa gaat (of de o en de oo), kijken wij daar toch anders tegenaan.

De a en de aa worden als twee aparte letters aangeboden, met daaraan gekoppeld de ‘ah-klank’ en de ‘a-klank’.  Hiermee wordt de suggestie gewekt dat één a altijd klinkt als ‘ah‘ en dat je voor het schrijven van de a-klank altijd twee letters nodig hebt.
Dat is natuurlijk niet waar. Veel kinderen worden hierdoor dan ook in verwarring gebracht. Het is kwalijk – in onze ogen – om kinderen iets te leren wat later niet waar blijkt te zijn. Juist kinderen die veel moeite hebben met het automatiseren van de klank-tekenkoppelingen worden hierdoor getroffen. Want het is bekend dat – ALS ze het dan eenmaal weten – ze er niet zo makkelijk weer vanaf stappen. Waardoor ze soms nog jaren fouten blijven schrijven als ‘straaten‘ en ‘stoeppen‘ of ‘kipen‘.

Wat leert een kind van de wereld om zich heen?

Die ene a heet ‘in de buitenwereld’ natuurlijk gewoon zoals iedereen hem noemt in het alfabet. Denk aan C&A, het A-diploma, AH, ANWB.

Een pientere kleuter die zijn oren en ogen niet in zijn zak heeft zitten, kent die letter en weet hoe hij heet.

En dat weet hij nog van nog veel meer letters: PSV, WC, M&M, K3, BMW, TV, NOS, BSO etc.

Kinderen zijn dus – als ze al niet het alfabet leren – gewoon vertrouwd met de alfabetnamen van de letters. De kans dat ze een letter bij die naam kennen is zelfs aanzienlijk groter dan de kans dat ze een letter bij zijn klanknaam kennen, want die klanknamen komen ‘in de buitenwereld’ niet voor. Tenzij ze een ouder broertje of zusje hebben dat al in groep 3 zit en hun ouders al op het hart gedrukt gekregen hebben dat ze de ‘em’ toch vooral ‘mmm’ moeten noemen. Maar ja, dan worden er thuis nog steeds geen mmm&mmm’s gegeten, toch?

De alfabetnaam van de letter dus.

Nou wil het dat die a ook opvallend vaak gewoon als a klinkt: ja, water, Anita, Arie.
Ga eens na bij hoeveel kinderen in je klas dit ook het geval is.

Zolang we de a een ‘ah’ noemen, gaan bij al deze kinderen alarmbelletjes rinkelen. Want wat de juf zegt, klopt niet met wat ze (misschien al een hele tijd) wisten. In HUN naam is die a helemaal geen ‘ah’.

Als dit conflict ontstaat in het brein van deze ijverige 6-jarigen, dan kunnen er twee dingen gebeuren. Ze denken:

  • De juf is gek, die zegt iets wat niet klopt.

of

  • Ik ben te dom om dit te begrijpen.

De tweede optie ligt helaas meer voor de hand. Bij een grote groep kinderen is de eerste twijfel gezaaid….

Nou hoor ik je denken: Als ik die letter een ‘a’ noem, zoals hij heet in het alfabet, dan heeft Jan een probleem! Of Casper, of Anneke…
Want ja, die a klinkt soms ook als ‘ah’, zoals in bah.

Maar dat is heel makkelijk uit te leggen: dit fenomeen doet zich namelijk alleen voor als we achter die a een medeklinker schrijven: ja wordt jan.
Hetzelfde zien we bij de de andere klinkers: zo wordt zonnu wordt nut en pi wordt pim.
(Bij de e ligt het iets ingewikkelder, die komt later aan bod)

Hiermee komen we bij de kern van ons betoog:

Maak onderscheid tussen een klank en een letter!

Een letter is wat je ziet en schrijft – kriebeltjes op papier
Een klank is wat je hoort en zegt – verdwenen voor je het in de gaten hebt.

En je weet pas welke klank er bij een letter hoort als je hem IN een woord ziet staan. In een ander woord (of in een andere naam) kan hij anders klinken. Want een letter en een klank zijn niet hetzelfde.

Wat je dus kunt zeggen is: “Deze letter heet ‘em’ (van M&M) en in een woordje klinkt hij als mmm: boommm, mmmammma, kammm, mmmuis.”
Of
“Deze letter heet ‘dee‘ (van CD, DVD, V&D, DA, ADHD, vul in wat jouw 5 of 6-jarige kent) en in een woord klinkt hij als ‘duh’ als hij vooraan of in het midden staat en als ‘tuh’ als hij achteraan staat.

Voor klinkers ligt het ietsje lastiger. Daar kun je zeggen:

“Deze letter heet a, zoals in je A-diploma. Of zoals in ‘abcdefg…’
En hij kan op twee manieren klinken! Dat is grappig :))).

Wie heeft er allemaal deze letter in zijn naam?
Hoe klinkt hij bij jou? En bij jou?
In de loop van de komende maanden gaan we ontdekken wat er allemaal met die a aan de hand is.”

Op deze manier hoeft geen kind zich ongerust te maken over de vraag of zijn/haar naam misschien verkeerd geschreven is.

Kinderen snappen heel goed dat ze in de eerste week nog niet alles kunnen en hoeven te weten, maar dan is het wel belangrijk dat we ze geruststellen en benoemen wat er gebeurt. (Dat is wat anders dat het allemaal al uitleggen).

Het eerste deel van het geheim van de klinker is hiermee onthuld.

Inzicht in hoe de medeklinkers de klank van de klinkers bepalen is super verhelderend voor kinderen. Met nog een paar stapjes extra kunnen ze dat inzicht toepassen in woorden met meer lettergrepen. Zo zullen de vaak zeer hardnekkige problemen met de open en gesloten lettergreep (boomen en kipen) niet ontstaan. We kunnen ze – als we kinderen wat extra inzicht verschaffen – ook verhelpen. Maar waarom zou je niet meteen een goede start maken?

We begeleiden sinds begin van dit schooljaar juf Floor. Al een paar keer heeft ze gezegd:

Nu ik dit allemaal weet, kan ik en wil ik het niet meer op een andere manier aan de kinderen uitleggen.

Wil jij ook – met je eigen kind of met je hele klas – dit probleem bij de basis oplossen, neem dan contact met ons op.

We bespreken dan wat voor jou als ouder of leerkracht/IB’er/RT’er of schoolleider de beste stap is.

 

 

Hoe heet de a van ‘jas’?

Hoe komt het toch dat zoveel kinderen vastlopen met lezen en spellen?

Laten we een blik werpen op het volgende plaatje:hiaten

 

Links zie je de ideale situatie: in groep 1 leert een kind de basis en ieder jaar bouwt hij daarop verder.

Maar als er ergens een stukje mist, dan kan je kind daar niet op verder bouwen. Het volgende stukje kennis ‘landt niet’. Daardoor ontstaat en een kennisgat en het jaar erop gebeurt het zelfde: je kind kan de nieuwe lesstof niet plaatsen en de hiaten stapelen zich op. Het hele ‘bouwwerk’ wordt steeds wankeler.

Oplossing: herstel het fundament

De oplossing zit in het opvullen van de gaatjes, maar het is heel belangrijk dat je daarmee onderaan begint: de basis moet goed zijn. Vergelijk het maar met een huis: dat gaat zonder fundering verzakken tot het instort.

Natuurlijk is het beter om de hiaten in groep 2 en 3 te vermijden, maar als je pas in latere jaren kunt gaan repareren, moet je zeker niet vergeten om bij die basis te beginnen. Bij een kind dat al in de bovenbouw zit of misschien zelfs al op de middelbare school, heb je dan een flinke klus. Maar je ziet dat de blokjes naar boven toe ook weer kleiner worden: als de fundering eenmaal weer stevig is, kost de rest minder moeite!

Eerst een stukje theorie:

Je kunt bij het Nederlands niet altijd horen hoe je een woord moet schrijven. Als ik bijvoorbeeld ‘hond’ zeg, dan zou ik dat ook als ‘hont’ kunnen schrijven. Dat klinkt ook goed, toch?

Omgekeerd: als ik een letter op papier zie, dan zeg ik daar niet altijd hetzelfde tegen. Tegen de d bijvoorbeeld zeg ik ‘duh’ in doek, maar ‘tuh’ in hoed.

Een klank is dus niet hetzelfde als een letter:

Schermafbeelding 2014-09-10 om 08.13.33

Ja, duh... dat wist jij ook al.. toch?

Maar bekijk het even door  de ogen van je kind.

Hij (of zij) leert op school een letter aanduiden met een klanknaam.
Dus jouw dochter leert niet dat dit (d) een DEE is, maar ze leert dat het de ‘duh’ is.

maar:

“duh” = een klank
De d = een letter

En die d klinkt vaak als ‘duh’, maar soms hoor je hem als ‘tuh’  (hoed) en soms hoor je hem helemaal niet (plafond)

Door heel helder te zijn over het verschil tussen een letter en een klank, voorkom je verwarring. Ik heb ooit een leerling gehad  die hond uitsprak als honde. “De honde loopt op straat”. Daar moet hij toch van in verwarring geraakt zijn?

Nog een voorbeeld:

We nemen de a – je kind leert in groep 3 dat dat een ‘ah’ is, zoals in jas.

Maar stel dat je dochter Jella heet (zoals mijn dochter), wat moet zij dan met die informatie? Die brengt haar in verwarring. Ze heet niet Jellah, ze heet Jella!
Maar als zij tegen de juffrouw zegt dat voor haar die ene a een ‘a’ is, dan rekent de juf dat fout. Want zij zegt: “alleen dubbel aa is ‘a’.  (zoals in maan). De enkele a = ‘ah’.”

Of neem de e. Op school leert je zoon dat dat een ‘eh’ is, zoals in pet. Al het andere wordt fout gerekend in groep 3. Maar als je dan Joke heet, dan heb je een dubbel probleem, want volgens de juf staat daar:  j-oh-k-eh. Wat moet je daarmee, als je 6 of 7 bent?

Lezen: daar snap ik niks van!

Vanaf maart in groep 3 komen dan deze zinnetjes aan bod:
de bomen staan langs het water.Bomen langs water

Maar je kind leest: de boh-men staan langs het wah-ter

Want hij zal de enkele o als ‘oh’ uitspreken (als in sok) en de enkele a als ‘ah’ (zoals in jas).

In eerste instantie heeft hij misschien geen idee wat er staat, Maar natuurlijk is hij niet dom, dus hij ‘raadt’ wel wat er staat. Zeker met een plaatje erbij.

Maar lezen is natuurlijk geen raden. Lezen is begrijpen hoe het werkt, met letters en woorden. Dus je kind raakt in verwarring!!
En denkt: De juf snapt er niks van of ik snap er niks van.

Over het algemeen zijn kinderen sneller geneigd om die tweede conclusie te trekken: om te denken: “Dit is dus blijkbaar te moeilijk voor mij..”

Nou hoor ik je denken:
Maar waarom snappen die andere kinderen het dan wel? Die snappen het niet, die aanvaarden het. Als je niet te veel vragen stelt, dan komt alles op zijn pootjes terecht. Maar als je die wel stelt, als je een denkertje bent, dan heb je een probleem. Dat is waarom we de problemen vaak zien bij (heel) slimme kinderen.  Die snappen de logica niet… want die is er niet – op deze manier.

Wij hebben een programma ontwikkeld.

Het belangrijkste element in de ‘reparatie’ is dat je kind leert dat een letter niet hetzelfde is als een klank. Doordat je kind op school letters leert aanduiden met een klanknaam, denkt hij dat een letter en een klank hetzelfde zijn. Dan kan er per definitie bij iedere letter maar één klank horen, maar dat is in de praktijk natuurlijk niet zo. Ik gaf al een paar voorbeelden.

Je moet de verwarring dus wegnemen:a-letter-klank

Je zegt dan eigenlijk: dit is een a (een letter, zo heet hij in het alfabet!) en vaak klinkt hij ook zo: ja, water, samen. Maar hij kan ook anders klinken: jas, man, vallen

En dan leg je precies uit wanneer de a gewoon klinkt zoals hij heet en wat maakt dat zijn klank soms verandert. Met dat inzicht neem je heel veel verwarring weg.

Wat kun je dus zelf concreet doen?

Leer je kind de alfabetnamen van de letters  en leg hem vervolgens uit welke klank of klanken daarbij horen.

Stap 1 is dus gewoon het leren van het alfabet..moeilijker is het niet 😉

Wil je meer weten over belangrijke elementen van snel en goed leren lezen, kijk dan eens hier: visueel woordbeeld

 

pijltje 2We zijn heel blij met je reactie of met een klikje op een sharebutton 🙂

Heeft mijn kind dyslexie?

Toen onze zoon in groep 6 zat, verveelde hij zich regelmatig: hij had zijn werk altijd snel af en vaak tijd over. Zijn meester  wist de oplossing:

Hij mocht, als hij klaar was met zijn reguliere werk, een werkstuk schrijven. Ik zou het ‘werkstuk’ misschien nog ergens kunnen vinden:zonnestelsel

Ons Zonnestelsel

Verder dan de titel is hij nooit gekomen….

Maar het probleem was opgelost: Hij was nooit meer voortijdig met zijn werk klaar! Daar zorgde hij wel voor… Hij had een bloedhekel aan lezen en een nog grotere hekel aan schrijven. Dus hij zag dat werkstuk totaal niet zitten!

Had onze zoon dyslexie??

Vroeger kon men – met het dyslexieprotocol in de hand – pas ‘ja’ antwoorden op zo’n vraag, als je kind een achterstand had van TWEE JAAR. Tot die tijd werd er niet officieel actie ondernomen.

Gelukkig is die norm losgelaten. Eerder ingrijpen is dus mogelijk. Tegenwoordig komt een kind in aanmerking voor een dyslexie-onderzoek als het 3 keer een E-score gehaald heeft op de halfjaarlijkse citotoetsen van het leerlingvolgsysteem. Maar al bij de eerste E-score moet de school actie ondernemen en een werkplan opzetten.

Maar voor 3 E-scores heb je wel anderhalf schooljaar nodig, want een kind wordt maar twee keer per jaar getest. Zit daar bijvoorbeeld nog een D-score vóór, dan kan je stellen dat je kind toch al behoorlijk lang aan het tobben is, voor er een dyslexie-onderzoek kan worden uitgevoerd.

Maar…. ook als je kind helemaal geen E-scores haalt, maar bijvoorbeeld C-scores, kan JIJ het gevoel hebben dat hij onder zijn eigen niveau presteert. Zeker als bij ander vakken, zoals rekenen, de scores (veel) hoger zijn. Onze zoon heeft nooit lager dan een C gescoord voor spellen en lezen, maar voor rekenen waren het altijd A’s. Onze vraag aan school of hij mogelijk dyslexie had (zijn oudere zus heeft het ook), werd dus altijd weggewuifd. Wij moesten vooral geen spoken zien, hij deed het toch prima!

Ook je kind kan het gevoel hebben dat het onder zijn of haar niveau presteert: het enthousiasme voor school daalt, je kind zit niet lekker in zijn vel. Hij raakt gefrustreerd doordat hij de logica niet ziet en wat de ene keer goed lijkt te zijn is de andere keer fout. Of doordat hij in een groepje ‘zwakke’ leerlingen moet meedraaien voor extra instructie. Dat hakt in op zijn zelfbeeld, zeker als je kind zichzelf nooit als ‘zwakke leerling’ gezien heeft.

Het uitgangspunt van Taalkanjer is:

Als een kind steeds moet nadenken over HOE hij iets moet schrijven, waardoor hij geen tijd heeft om na te denken over WAT hij moet schrijven, dan heeft hij een probleem! En hoe je dat probleem noemt (wel of geen dyslexie…) vinden wij niet zo boeiend!

Als je steeds moet nadenken over dat “HOE” je iets moet schrijven, heb je grootste moeite om je gedachten op papier te krijgen: de zojuist bedachte volzin glipt weg uit je geheugen zodra een spellingsprobleem de aandacht vraagt. Daarbij maakt het niet uit of het er uiteindelijk spelfouten gemaakt worden ja of nee…..

Schrijven wordt dan een worsteling.

Datgene waarvoor schrijven bedoeld is, namelijk je gedachten toevertrouwen aan papier (of het scherm van je computer), komt niet uit de verf. Alles wat je moet schrijven vraagt TE veel aandacht en het resultaat valt tegen: de woordenschat is beperkt (moeilijke woorden worden vervangen door makkelijke), de zinsbouw is beperkt (vloeiende volzinnen zijn vervlogen voor ze op papier komen) en de inhoud is beperkt (schrijven kost zoveel inspanning dat de schrijver het snel opgeeft).

Dictee

Een geregeld, liefst wekelijks gegeven zinnendictee vertelt ons hoe onze leerling ervoor staat: gaat het schrijven al op de automatische piloot (zoals het zou moeten) of zien we dat het ‘hoe’ nog zoveel moeite kost, dat het ‘wat’ er nog bij inschiet.

Wij gaan er vanuit dat een leerling een zin na één keer voorlezen moet kunnen opschrijven.

Laatst was Y. (groep 7) bij mij:

Ik dicteerde de volgende zin:
“Ga eens gauw dat nieuwe recept bij de apotheek halen.”
Waarbij ik natuurlijk vooral bij de woorden recept en apotheek problemen verwachtte.

Hij schreef:

Ga eens g                           en toen stokte zijn pen.

Tegen de tijd dat hij besloten had dat hij ‘gauw’ met a-u-w ging schrijven, was hij vergeten wat ik gezegd had. Natuurlijk heb ik toen de zin nog een keer voorgelezen.
Maar stel dat iets dergelijks Y was overkomen bij de eerst zin van zijn werkstuk. Dan was hij niet ver gekomen!

Lezen wordt een uitputtingsslag

Als je teveel woorden nog moet ontcijferen of ‘vertalen’, omdat je ze niet ‘in een oogopslag’ herkent (visueel woordbeeld) dan is het onmogelijk om je te concentreren op de inhoud van de tekst die je leest. Je hebt je door een halve bladzijde heengewerkt en je hebt geen idee wat er staat!  Laat staan dat je de tekst kunt samenvatten of dat je er proefwerkvragen over kunt beantwoorden.

Dus had onze zoon dyslexie?

JA! (En NEE!)

Waarom wel?

Uiteindelijk is hij pas in 3 VWO getest. Toen kreeg hij een officiele dyslexieverklaring. Dat was voor hem in zoverre belangrijk dat hij zonder die verklaring was blijven zitten op de onvoldoendes die hij haalde voor Frans en Duits. Nu kreeg hij de mogelijkheid om ze te compenseren. Gelukkig verdween gaandeweg zijn antipathie voor lezen, omdat zijn nieuwsgierigheid het won. Hij studeerde  af aan een Universiteit in Nederland en studeert nu verder in Amerika.

Waarom niet?

Ik ben ervan overtuigd dat hij in de war geraakt is doordat hij op school de letters met een klanknaam leerde benoemen. Hem is nooit op een logische manier uitgelegd waarom hij de o-klank in boom anders moest schrijven dan de o-klank in bomen. Hij maakte dus  fouten als: ‘Wij loopen naar huis‘ of  ‘ik lop naar huis’.
Hem is nooit expliciet aangeleerd om de woorden als visueel woordbeeld op te slaan, terwijl het een heel visueel ingesteld kind was. Als ik toen geweten had wat ik nu weet, had ik hem een hoop ellende kunnen besparen.

Taalkanjer vindt het label ‘dyslexie’ niet belangrijk.

Wij vinden het vooral belangrijk dat kinderen op school de informatie en de hulp krijgen die ze nodig hebben. Als het ontbreken van een dyslexieverklaring betekent dat de school niets hoeft te doen aan de problemen met lezen en spellen, dan kan het handig zijn om je kind te laten testen. Maar over het algemeen zal een test op de basisschool alleen maar bevestigen wat je al wist: dit kind heeft een achterstand. De test zal geen enkel probleem oplossen.

Pas op de middelbare school kan een dyslexieverklaring nuttig zijn, om de ergste drempels voor een kind weg te nemen. Ook daar biedt de test op zich geen oplossing.

Taalkanjer vindt ook de cito-scores niet zo belangrijk.

Wij vinden dat kinderen vanaf het begin de juiste informatie moeten krijgen. Als ouder kun je daaraan bijdragen. Je kunt op dag 1 starten en je hoeft niet te wachten op E-scores en actieplannen en testen. Als jij ziet dat je kind in verwarring is, dan kun je meteen ingrijpen. Er staat genoeg informatie op deze site en als je graag advies van ons wilt, dan ben je van harte uitgenodigd om contact met ons op te nemen.
Zie jij dat jouw kind zodanig problemen met lezen en of spelling ervaart dat het frustratie oplevert? Dan moet je wat doen! En niet wachten op (nog meer) E-scores….
Lees nu ons e-book.

pijltje 2Fijn als je een reactie achter wil laten!

Zittenblijven in groep 3 of 4 lost niks op!

Zittenblijven in groep 3 of 4?

Drie redenen om daar keihard ‘NEE’ tegen te zeggen.

Rond deze tijd van het jaar (april-mei) valt voor sommige leerlingen van groep 3 of 4 het D-woord: doubleren of blijven zitten.  (doubleren is het franse woorde voor dubbelen).

Waarom lost zittenblijven zelden wat op?

Als een kind goed schoolrijp is als het naar groep 3 gaat, is het toe aan leren lezen en schrijven.
Als het dan geen goede start maakt heeft het weinig zin om nog een jaar op dezelfde manier dezelfde lesstof aan te bieden. Wat  je kind nodig heeft is een aanpak die meer past bij zijn manier van leren.

Waarom een keihard NEE tegen zittenblijven?

Daar zijn 3 belangrijke redeneren voor en de eerste bespreek ik in deze blog:

Je kind in niet gebaat bij het overdoen van groep 3 of 4, omdat het lesaanbod in die groepen hem in verwarring brengt! Je kind is in verwarring omdat hij niet weet wat het het verschil is tussen letters en klanken. Letters zijn namelijk niet hetzelfde als klanken! Meer weten hierover? Bekijk dan onderstaande video!

Dus wat moet je doen: Je moet een eind maken aan die verwarring!

Wat jij dagelijks ziet gebeuren is dat jouw kind worstelt met iets wat hij gewoon zou moeten kunnen.
Je ziet de vragen in zijn ogen.. je ziet het onbegrip als er weer rode strepen staan in zijn werk. Je ziet fouten die hij al lang niet meer zou moeten maken en je vraagt je af of hij het ooit gaat leren!

Je kind weet niet dat hij op het verkeerde spoor zit. En jij weet dat ook niet.
Voor jouw kind is iedere letter tegelijk een klank. Hij snapt dus niet waarom hij – als hij keurig al die klanken achter elkaar plakt – de verkeerde letters op papier heeft staan. Jij kunt hem uitleggen hoe het wel zit. Kijk naar dit filmpje over letters en klanken.

Wat gebeurt er als je kind nog een jaar in groep 3 of 4 zit?
In groep 3 en 4 krijgen de letters een ‘klanknaam’. Daardoor vervaagt voor je kind het verschil tussen een klank en een letter.
Hoe vaster je kind ervan overtuigd raakt – door alle lesstof nog een keer te herhalen – dat een klank hetzelfde is als een letter, hoe moeilijker hij straks zal inzien dat klanken en letters juist niet hetzelfde zijn. Hij zal dan blijven verklanken en verklanken is geen veilige en effectieve manier om te weten hoe je een woord moet schrijven!

Wil jij weten wat precies het verschil tussen een klank en een letter is?

Bekijk de video

Wat kun je doen?
Leer je kind het alfabet en leer hem dat een letter niet hetzelfde is als een klank.
Je mag best praten over de klank van een letter, maar vertel bijvoorbeeld ook dat je sommige klanken (bijvoorbeeld ij/ei, g/ch, t/d) op meer manieren kunt schrijven.

Wat doe je nog meer: ga de woorden spellen. Als je spelt ontstaan er geen misverstanden. Je kunt h-o-n-d spellen en uitleggen dat de d hier klinkt als een t, omdat hij aan het eind van een woord staat. (De regel die uitlegt waarom je hond met een d schrijft leert je kind in groep 4.)

LEES  ook de TWEEDE belangrijke reden waarom zittenblijven in groep 3 of 4 de problemen meestal niet oplost!

Vind je dit interessant en wil je meer weten hoe wij je kunnen ondersteunen om het ook echt te gaan doen? Neem dan contact met ons op.

Reacties zijn welkom!

Zittenblijven in groep 3 of 4 lost niks op – 2

Drie redeneren om daar dus keihard ‘NEE’ tegen te zeggen.

Als een kind goed schoolrijp is als het naar groep 3 gaat, is het toe aan leren lezen en schrijven. Als het dan geen goede start maakt heeft het weinig zin om nog een jaar op dezelfde manier dezelfde lesstof aan te bieden.

Vandaag vertel ik je de tweede belangrijke reden waarom zittenblijven niet werkt! (Heb je de eerste reden al gelezen?)

Vorige week hadden we het over de verwarring… verwarring die ontstaat als het verschil tussen klanken en letters niet duidelijk is. Wil je nog meer weten over klanken en letters? Bekijk dan deze video!

Voorkennis over taal

Vandaag vertel ik over de voorkennis die je kind heeft en hoe je daar gebruik van kunt maken.
Je kind is niet gebaat bij het overdoen van groep 3 of 4, omdat het lesaanbod in die groepen niet aansluit bij zijn voorkennis.
Kinderen hebben tegen de tijd dat ze naar school gaan al ruim 6 jaar van taal leren achter de rug. Daarin hebben ze (onbewust!!) heel veel over onze taal geleerd. Wat dan? Dat woorden uit klanken bestaan, bijvoorbeeld.
Maar het uitspreken van losse klanken hebben ze achter zich gelaten toen ze rond hun eerste verjaardag woordjes gingen zeggen. De losse klanken horen ze ONBEWUST wel, anders zouden ze het verschil tussen tuin en toen niet horen, of het verschil tussen baard en taart. In groep 1 en 2 wordt deze kennis op een bewust niveau gebracht. Je kind leert dan woorden analyseren in klanken. Eerst leert het klankvoeten (lettergrepen) kennen: bij een liedje kan het klappen of lopen en bij iedere lettergreep een stap zetten of een klap geven.

 ik zag twee beren broodjes smeren

En het leert rijmwoorden bij elkaar zoeken. Dat is een heel nieuwe fase, want bij het rijmen is ineens de betekenis van een woord niet meer van belang. Het gaat alleen nog maar om de klank. Dat is een heel andere manier van omgaan met de woorden in je ‘mentale woordenboek’! Rijmen leren kinderen ook in liedjes: ‘Ik zag twee beren broodjes smeren’ en ‘Ik zag twee slangen de was op hangen’
Vanaf de leeftijd van rond de 6,5 – de leeftijd waarop kinderen gemiddeld in groep 3 komen – kan een schoolrijp kind dus woorden auditief analyseren. Hij weet uit welke klanken een woord is opgebouwd. Deze kennis moet nog wat verfijnd raken, maar de gebeurt vanzelf tijdens het leren lezen en schrijven. De fase van woorden in klanken uitspreken is voorbij. We willen niet terug naar die babyfase, we willen vooruit!
(Als een kind woorden nog niet auditief kan analyseren is het niet schoolrijp en hoort het niet in groep 3 te zitten.)

Wat een kind – op het moment dat hij naar groep 3 gaat – moet leren, is met welke letter hij ieder klank op kan schrijven.

Alfabet

We moeten hem dus de letters leren (de klanken kent hij al) – daarvoor gebruiken we het best het alfabet, omdat de letters daar steeds in dezelfde volgorde te staan. Door het alfabet te leren opzeggen en tegelijk bij te wijzen op een poster of kaart, kan een kind de namen van alle letters leren.
We leren hem tegelijkertijd voor welke klank(en) hij die letter kan gebruiken; De ‘o-klank’ van oog schrijf je met twee letters: oo. De letter k gebruik je voor de laatste klank van het woord ook, en de letter f’ gebruik je voor boef. Maar soms schrijf je diezelfde klank (het verschil tussen de f en de v klank is vaak niet te horen) met de letter v. De oe-klank van boek schrijf je met de letters  o en een e.

Daarna gaan we het woord spellen: b-o-e-k. En NIET meer in klanken hakken, want daarmee geven we een leerling het idee dat ‘hakken’ een effectieve manier is om te ontdekken hoe je een woord moet schrijven.
Dat dat niet zo is, weten we als we fouten zien zoals sgoen, hont, vrau of plijn.

Wat kun jij doen?

Leer je kind letters van het alfabet en ga woorden met hem spellen op het niveau van zijn klas. Spellen is een heel effectieve manier op het woordpakket van de week te oefenen!
Maar spellen kan ook als spelletje.Voor tips kijk je op onze site!

Kan je kind woorden nog niet goed in klanken opdelen (en dan bedoel ik niet een woord als bibliotheek), maar gewoon boos, huis, rok, been en buik, dan kun je dat oefenen door bijvoorbeeld te vragen: welke klank hoor je hetzelfde in boom en boek? Meer tips binnenkort op de site!

Lees ook de DERDE reden waarom zittenblijven in groep 3 of 4 niets oplost.

Meer weten hoe Taalkanjer je kan helpen om hiermee aan de slag te gaan? Neem contact met ons op.

BewarenBewaren

Aan de slag met spellen

Wat is spellen?

Spellen is het benoemen van de letters (en niet de klanken) van een woord. Door te spellen leer je met welke letters je een woord schrijft.
Omdat je altijd iedere letter apart opnoemt, is het aantal letters dat je zegt, gelijk aan het aantal letters dat je schrijft in het woord.

Neem bijvoorbeeld het woord oom. Dit wordt geschreven met drie letters en gespeld als  “o – o – em”
Je ziet drie letters, je zegt drie letters.
Maar… 
Je hoort maar twee klanken: oo – mmm. Hier wordt dus meteen duidelijk dat een letter niet hetzelfde is als een klank.

Bij het spellen gebruiken we altijd de namen van de letters uit het alfabet. Dat geeft namelijk houvast. Je weet precies welke letters je moet schrijven en in welke volgorde!
Om de techniek te leren, start je met simpele basiswoorden, zoals oom, aap, eet. Als een basiswoord goed bekend is, kan je het gaan uitbreiden door er medeklinkers voor te zetten: oom > boom; aap > gaap. Zo breid je het steeds verder uit.

Letters en klanken

Tijdens het spellen leer je langzaam maar zeker het verband tussen een letter en zijn klank. Je leert dat bij sommige letters altijd hetzelfde klank hoort, zoals de letter m: deze klinkt altijd als [m].

Bij sommige letters horen echter meerdere klanken. Zo klinkt de letter d als [d] wanneer hij vooraan het woord staat (doen), maar als [t] als hij achteraan het woord staat (hoed). De klinkers a, e, i, o, u kunnen zowel lang als kort klinken, afhankelijk van de medeklinkers eromheen.
Soms zorgt een combinatie van letters voor een nieuwe klank, bijvoorbeeld de letters o en e klinken samen als [oe].

Door steeds moeilijkere woorden te spellen, komen alle mogelijkheden aan bod, en ontdek je vanzelf de logica.

Aan de slag met spellen

In het onderstaande filmpje heb ik een indruk gegeven van de manier waarop je met spellen aan de slag gaat.

Allereerst heb je materiaal nodig om te spellen. Ik gebruik altijd een alfabetkaart om een letter op te kunnen zoeken die iemand nog niet beheerst. Verder heb je een letterdoos (of losse letters) nodig (ik heb inmiddels een aantal verschillende) waar alle letters apart op een blokje staan. Ten slotte gebruik ik allerlei spelmateriaal, zoals kaartjes met woorden, maar ook kwartetten, pizzapunten (waar woorden op staan), woordspelletjes, etc. Voor mensen die uit het buitenland komen, gebruik ik ook veel plaatjes. Daarmee doen we spelletjes, zoals race tegen de klok, wie heeft het eerste zijn pizza vol, wie kan het meeste woorden maken uit een lang woord, … Natuurlijk hangt het spelletje af van wie er meedoen.

In het filmpje zie je hoe het alfabet wordt opgezegd. Je hoort met name in het begin dat dit een beetje op de wijs van het alfabetliedje wordt gedaan. Als je bij de k, l, m komt, verdwijnt dit, omdat ze de letters niet zo snel kan aanwijzen. Het is van belang dat alle letters duidelijk bij naam worden genoemd!

Daarna gaan we aan de slag met de basiswoorden. Bij het maken van de woorden gebruiken we ook veel termen als voor, achter, eerste, laatste om duidelijk te maken dat we woorden van links naar rechts lezen. Dit is vooral van belang voor iedereen die deze termen nog niet goed beheerst. We proberen iedere keer van het woord dat op tafel ligt een nieuw woord te maken, door letters weg te halen en toe te voegen. Als alle woorden met oo (oog, ook, oom; let op: oor laat je nog even weg, omdat de oo daar iets anders klinkt!) bekend zijn, ga je van ook naar aak door de twee o’s weg te halen en twee a’s toe te voegen. Vervolgens kan je de woorden beginnend met dubbel aa behandelen. Bespreek ook steeds de betekenis van het woord.

In het volgende onderdeel van de film zie je een race tegen de klok met de woordkaartjes. Zo’n race kan je ook samen doen: daarbij zegt de een het woord en moet de ander het spellen, of de een spelt en de ander moet het woord zeggen.

Tot nu toe hebben we steeds gespeld op basis van losse woorden. We willen uiteraard toewerken naar het lezen van zinnen uit een boek. We maken hier verschil tussen ‘leren lezen’ en ‘lezen voor je plezier’. Als je in een ‘leerboek’ leest als onderdeel van het leren lezen, ga je de eerste keer de woorden spellen. In het filmpje zie je hier een voorbeeld van. Zo veel spellen doe je vooral in het begin. In principe doe je dit spellen alleen de eerste keer dat je een nieuw stukje leest. Daarna ga je het stukje gewoon lezen. Als je al wat verder bent in het leerproces, laat je alleen de nieuwe woorden spellen en de woorden die je kind niet direct vlot leest.

like

Zorg er met 1 klik voor dat je geen nieuwe ontwikkelingen mist