Page content

Drie fouten maken en je bent OUT!

Drie levens om het einddoel te halen!

Eerste obstakel uit de weg geruimd… links om…
naar boven… spingen! MIS!!
Games_Super_Mario_Nintendo_NES_018584_

Eerste leven verspeeld. Helaas, maar direct komt de herkansing :).

Eerste obstakel uit de weg geruimd…. links om… naar boven… springen! Yess! Nog een sprong… MIS!

Laatste leven: pfff, extra concentratie!

Eerste obstakel uit de weg geruimd… links om.. naar boven… spingen! Yess! Nog een sprong…Gehaald :)… maar je bent er nog lang niet! Weer naar beneden, langs het checkpoint…. weer een sprong, extra hoog deze keer! SH*T! Te ver!

Ja, en nu kap je er natuurlijk definitief mee.
Want als je het in drie keer nog niet kunt, ben je wel een echte loser!

Denkt jouw kind zo?

Waarschijnlijk niet. Hij kan niet wachten tot hij – op welke manier dan ook – weer drie nieuwe levens heeft om het weer te proberen.

Blijkbaar is de motivatie om te oefenen bij computerspelletjes bijna onuitputtelijk, maar dat geldt niet op alle vlakken.

Bijltje erbij neer gooien

Want bij leren lezen of rekenen is fouten maken vaak wel een reden om het bijltje erbij neer te gooien.
3 keer geprobeerd en niet gehaald… dan moet je wel een sukkel zijn en verder proberen is zinloos!

Oke, enigszins overdreven misschien, maar voor veel kinderen is het toch een hele klus om te leren dat ze ook fouten mogen maken… en dat je niks kan leren als je dat niet mag van jezelf.

Ander voorbeeld:

Epke Zonderland is met zijn broers aan het trainen: rekstok in de achtertuin en zwaaien maar. Als jochie deed ie het al. Stel dat hij toen – na zijn 3e (of 10e of 100ste) val van de rekstok gezegd had: Tabé, dit is niks voor mij! Ik kap er mee!

Zou hij dan Olympisch en Wereldkampioen geworden zijn?

Heeft jouw kind moeite met het maken van fouten?
Vindt hij oefenen alleen iets voor sukkels?

Schets dan eens het bovenstaande scenario voor hem – of kies een ander voorbeeld dat hem aanspreekt. Misschien weet je kind ook nog wel een voorbeeld van iets waar hij zelf hard (en met plezier!) voor geoefend heeft.
10435096_762575203832441_1817559942228359379_n
Misschien kan je voor het oefenen met Taalkanjer ook wel ‘levens’ voorstellen. Of maak er jokers van, of super gummen! Of…..
Zo wordt fouten maken minder beladen. Want waar het om gaat is niet of het goed of fout is, maar vooral om dat je je best gedaan hebt!

En net als bij het spelletje waar dit artikel mee begon: het gaat niet om het halen van het doel, toch? Maar juist om het spel er naartoe.

(Vertaling van de tekst op het plaatje: Leer je kinderen dat moed niet blijkt uit het doen van dingen die je KAN, maar uit het LEREN van dingen waarvan je dacht dat je ze NIET KON)

Succes en veel plezier!

Niveaugroepjes, een ‘vloek of een zegen’?

niveaugroepjes_sterraketje_bniveaugroepjes_zonnetjemaantje_b

Met tranen in haar ogen komt ze mijn kamer binnen. “Ik vind juf stom, want ik mag niet meer in de ‘zonnetjes’ ”, zegt ze voor ik ook nog maar een vraag kan stellen. Ze is ontroostbaar. Omdat ze nu voor de tweede keer in groep 3 zit, was ze zo trots dat ze in de zonnetjes zat. Helaas staat dit verhaal niet op zichzelf! Ik hoorde van een moeder van een 7-jarige jongen, die iets soortgelijks had aangekaart bij de juf, dat dit de reactie van de juf was: “Hij moet er maar mee leren leven!”

Voor wie het niet weet,  ‘zonnetjes’ of ‘sterretjes’ zijn niveaugroepjes bij het lezen. Kinderen zijn onderverdeeld in ‘maantjes, sterretjes, raketjes en zonnetjes’, afhankelijk van het niveau waarop ze al kunnen lezen.
Alle materialen zijn gecodeerd met een pictogram zodat leerlingen zelf kunnen zien welk boek, schrift of werkblad ze moeten pakken. Deze pictogrammen mogen echter geen aanduidingen voor de leerlingen worden volgens de uitgever!
Maar ja, je snapt het al, in de praktijk komt hier niets van terecht en weten kinderen precies hoe de vork in de steel zit. Vaak worden ze ook met die naam aangeduid.

Hoe demotiverend is het dan als je van de zonnetjes naar de sterretjes wordt verplaatst.

Zo heb je ook niveaugroepjes voor rekenen, deze hebben dan weer een kleur. Ook daar weten de kinderen precies hoe het in elkaar steekt.

Je zou zeggen, op je eigen niveau werken is toch prima. Niets is echter minder waar!
Onderzoek heeft uitgewezen dat alle ‘zwakke’ kinderen bij elkaar zetten eenvoudig weg  ‘dodelijk’ is voor deze kinderen. Het heeft nadelige effecten voor zowel de leerresultaten als voor het sociaal-emotioneel functioneren! Zelden komt het ook voor dat kinderen naar een hoger niveau gaan!
De verschillen tussen kinderen worden groter in plaats van kleiner! Ook de leerkracht stelt haar verwachtingen bij, waardoor kinderen gaan onderpresteren.

Wat dan wel? Kinderen die moeite hebben met vakken als lezen en rekenen, leren het best in heterogeen samengestelde groepen. Ze hebben wel meer instructie- en leertijd nodig, maar zouden in principe het zelfde aanbod moeten krijgen als de rest van de groep.

Meer instructietijd is cruciaal voor ‘zwakke’ leerlingen!
En daar zit hem nu precies de crux: uit een verslag van de onderwijsinspectie uit 2008 is te lezen dat het efficiënt gebruik van onderwijstijd geleidelijk afneemt, omdat leraren meert tijd nodig hebben voor het orde houden.
En dat is een treurige zaak, als je bedenkt dat bij het werken in heterogene groepen, waarbij de zwakkeren meer instructietijd krijgen, het aantal kinderen dat de basisschool verlaat met een onvoldoende (lees)niveau afneemt van 25% naar 4-6%!
Maar ja, wat heb je aan deze wetenschap als ouders, als de school van je kind in niveaugroepen werkt?
Veel troost kan ik niet bieden, behalve het feit dat je een stukje wijzer bent geworden en er op school misschien eens over kan gaan praten en neem vooral, indien nodig, het heft in eigen handen en ga op zoek naar mogelijkheden voor je kind (zoals bijvoorbeeld Taalkanjer ;))!!
Wacht niet tot je kind de moed in de schoenen heeft laten zakken, maar onderneem iets!

moed in de schoenen zakken

Heb jij ervaring met je kind in niveaugroepjes? Wil je dat hieronder met ons delen? Graag!
Vind je de inhoud van dit artikel interessant, klik dan aan de linkerkant op een ‘share’ button. Dank je wel 🙂

Zonder plezier kun je niet leren

InstinctiveGolfOefeningVorige week was ik bij een workshop Instinctive Golf. Tijdens het praatje vooraf was het eerste dat de trainer zei:

Mensen zijn leermachines.

Vanaf het moment dat we in de wieg liggen zijn we automatisch zoveel mogelijk aan het leren.  Bewust, maar ook heel vaak onbewust. Hoe we dat doen?

     Iets uitproberen.
     Kijken naar het resultaat.
     Bijsturen.

Zo leren we omrollen, kruipen, lopen, rennen, fietsen, golfen. Maar ook eten, drinken, praten, schrijven, ….
Leren is bijna een voorwaarde om in leven te blijven.

De rest van de dag zijn we druk bezig geweest om dingen uit te proberen. We kregen allerlei uitdagende opdrachten, we gingen uitproberen hoe we dat konden oplossen en we hadden af en toe succes.

Natuurlijk vroeg ik mij op weg naar huis af hoe ik deze ervaring kon vertalen naar beter en en met plezier leren lezen en schrijven. Want met je lijf iets leren is natuurlijk anders dan met je hoofd iets leren. Maar ja, iets leren blijft iets leren…

Wat in ieder geval is blijven hangen, is de driehoek die de trainer ons toonde:
DriehoekPlezierLerenPrestatieOm de driehoek te laten staan, heb je alle drie de punten nodig. Je leert pas echt iets als je er plezier in hebt en als je inspanningen ook resultaat opleveren.

Mensen zijn verschillend, dus voor verschillende mensen kan een bepaald punt de nadruk hebben.  Voor sommige mensen is plezier belangrijker dan de prestatie en het leren, voor anderen kan juist de prestatie of het leerproces zelf belangrijker zijn. Maar je zult zien, dat als de andere punten helemaal vergeten worden, het punt met de nadruk uiteindelijk ook niet tot bloei komt.

Heb jij ooit iets moeten leren waarvan je niet het gevoel had dat je het nodig had? Hoe leuk was dat?
Of dat er iets van je gevraagd werd dat je nog niet beheerste en er was ook geen tijd om het te leren?

Wat wij heel vaak horen van ouders is dat hun kind helemaal geen plezier heeft in lezen en schrijven.
“Het is stom”
“Ik heb geen zin”

Waar komt dat door?

In de meeste gevallen zal het veroorzaakt worden doordat het kind geen succeservaringen heeft bij het leren. Op school dendert de trein maar door: deze week weer nieuwe letters of een nieuw woordpakket, weer een nieuwe spellingregel. En volgende week weer, en weer, en weer…

Als je helpt met oefenen van al die woordpakketten en regels, merk je dat het niet blijft hangen.
“Als we samen oefenen kent hij de regel, maar een dag later is hij hem weer vergeten”.
Weer een bevestiging dat het niet lukt, weer minder plezier, weer minder zelfvertrouwen.

 Succeservaring is onmisbaar.

Hoe kun je dit nu omdraaien? Hoe kun je zorgen dat je kind optimistisch aan het leren gaat?

Geef als ouder juist aandacht aan het plezier! Maak een spelletje van het leren. En – heel belangrijk – zorg dat je kind succes ervaart bij dat spelletje. Succes betekent niet dat je het spelletje nooit mag verliezen.. of dat je geen fouten mag maken. Maar het betekent wel dat je dan de volgende keer weer wint, of minder fouten maakt of sneller klaar bent. Succes kan in kleine dingen zitten, maar is o zo belangrijk.
Voor jou als ouder betekent het dat je het proberen, uitzoeken, puzzelen, doorzetten etc beloont.. meer nog dan het resultaat. Wat een nieuwe vaardigheid komt niet aanwaaien, dus dat proberen, uitzoeken, puzzelen, etc. dat zal je kind nog even moeten volhouden.
Dus beloon vooral zijn inzet! Zo kan je kind met plezier leren.. (want hij heeft nog heel wat jaartjes te gaan).

Heeft hij teveel succes (het is te makkelijk geworden), dan zie je het plezier weer dalen. Tijd voor een ander, moeilijker spelletje, een nieuwe uitdaging….

Hé, hij heeft wat geleerd 😉

Herken jij de frustratie van te vaak falen? Hoe heb jij dat opgelost? We horen het graag!

Hoe motiveer je je kind? Praktische tips

‘Oefenen’ met je kind; alleen het woord al kan enorm veel weerstand oproepen bij je kind. Hierdoor heeft niet alleen je kind geen zin, maar ga je er zelf ook steeds meer tegenop zien. Of je begint er überhaupt niet meer aan…

Begrijpelijk, maar natuurlijk geen oplossing voor het probleem. Hoe motiveer je je kind? Hierbij een aantal praktische tips voor je op een rijtje van Opeenrijtje:

Taal

Met ‘taal’ bedoel ik niet de inhoud waarmee je gaat oefenen, maar letterlijk de woorden die je ervoor gebruikt. De woorden ‘taal, spelling, lezen, oefenen, leren, schoolwerk of werkjes’ kunnen voor je kind (negatief) beladen zijn (wellicht kun je er zelf nog meer bedenken). De associatie die je kind met deze woorden heeft is immers meestal niet goed.

Het kan helpen om na te denken over andere woorden. Bijvoorbeeld ‘we gaan taalkanjeren, trainen’ of iets dergelijks. Iets wat jouw kind aanspreekt en zo dus weer een positieve lading kan krijgen.

Kleine stapjes

Met hulp van Taalkanjer heb jij er waarschijnlijk weer vertrouwen in en zin in. Dat zal voor je kind niet vanzelfsprekend ook gelden.. Het is daarom heel belangrijk kleine stapjes te nemen en het tempo van je kind te volgen.

Als je hebt bedacht dat jullie iedere dag tien minuutjes gaan oefenen, is het slim ook daadwerkelijk tien minuten aan te houden. Zelfs als je kind (in jouw ogen) niets heeft gedaan óf juist verder wil nadat de tien minuten om zijn.

Houd hierbij je ‘einddoel’ in gedachten. Misschien is het nodig eerst een week alleen maar met het alfabet bezig te zijn (ik noem maar iets), ondanks dat dit voor jouw gevoel niets toevoegt. Uiteindelijk kom je bij de kern van het probleem en zul je je kind daadwerkelijk verder kunnen helpen. Dat gaat niet van de ene op de andere dag en een positieve sfeer creëren is een basisvoorwaarde om je kind iets te kunnen leren.

Succeservaring

Het is raadzaam ergens mee te beginnen waarvan je bijna wel zeker weet dat je kind dit leuk vindt en kan. Het levert je veel meer op om eerst te investeren in het motiveren van je kind dan direct resultaat te verwachten.

De KanjerKalender is een handig hulpmiddel om gestructureerd, duidelijk en prettig met je kind aan de slag te gaan. Als je inschat dat je kind het erg lastig gaat vinden om te starten (omdat taalkanjer nog onbekend is en ‘oefenen’ met de slechte ervaring op school wordt geassocieerd), kun je echter beter nóg lager insteken.

Bijvoorbeeld door dag 1 te beginnen met samen een mooi beloningsplan te knutselen (jij bereid dit voor, je kind versiert naar eigen smaak). Kader dit ook in tien minuten. De ideale situatie is dat je kind er graag nog even mee verder wil, maar dat jij zegt dat het echt maar tien minuten per dag mag… Beloof dan dat jullie er de volgende dag mee verder gaan en doe dat natuurlijk ook 🙂

In de PEP-methode van Opeenrijtje.com staat exact beschreven hoe je gemakkelijk een beloningsplan voor jouw kind kan maken mét het beste resultaat. Klik hier voor meer informatie over de PEP-methode.

Ga er sámen voor

Het belangrijkste is dat je kind ervaart niet ook nog eens thuis te moeten ‘presteren’. Benadruk dat je je kind wilt helpen. Je wilt samen kijken naar een oplossing.

Neem de weerstand van je kind serieus. Als je kind aangeeft niet te willen, veeg dit dan niet van tafel met ‘het moet nu eenmaal’. Maar vraag waarom je kind niet wil en wat je kind er dan vervelend (of ‘stom’) aan vind. Misschien heeft je kind ideeën over hoe het voor hem/haar wat leuker/gemakkelijker kan worden?

Door je kind er echt bij te betrekken, zal je kind gemotiveerder zijn! Overleg bijvoorbeeld waar jullie het gaan doen en wanneer. Laat je kind hier actief in meedenken en geef je kind de kans en de ruimte om eigen ideeën in te brengen.
Natuurlijk houd jij als ouder de regie, maar je zult een stuk minder weerstand ervaren als je je kind serieus neemt en naar je kind luistert.

Heeft mijn kind dyslexie?

Toen onze zoon in groep 6 zat, verveelde hij zich regelmatig: hij had zijn werk altijd snel af en vaak tijd over. Zijn meester  wist de oplossing:

Hij mocht, als hij klaar was met zijn reguliere werk, een werkstuk schrijven. Ik zou het ‘werkstuk’ misschien nog ergens kunnen vinden:zonnestelsel

Ons Zonnestelsel

Verder dan de titel is hij nooit gekomen….

Maar het probleem was opgelost: Hij was nooit meer voortijdig met zijn werk klaar! Daar zorgde hij wel voor… Hij had een bloedhekel aan lezen en een nog grotere hekel aan schrijven. Dus hij zag dat werkstuk totaal niet zitten!

Had onze zoon dyslexie??

Vroeger kon men – met het dyslexieprotocol in de hand – pas ‘ja’ antwoorden op zo’n vraag, als je kind een achterstand had van TWEE JAAR. Tot die tijd werd er niet officieel actie ondernomen.

Gelukkig is die norm losgelaten. Eerder ingrijpen is dus mogelijk. Tegenwoordig komt een kind in aanmerking voor een dyslexie-onderzoek als het 3 keer een E-score gehaald heeft op de halfjaarlijkse citotoetsen van het leerlingvolgsysteem. Maar al bij de eerste E-score moet de school actie ondernemen en een werkplan opzetten.

Maar voor 3 E-scores heb je wel anderhalf schooljaar nodig, want een kind wordt maar twee keer per jaar getest. Zit daar bijvoorbeeld nog een D-score vóór, dan kan je stellen dat je kind toch al behoorlijk lang aan het tobben is, voor er een dyslexie-onderzoek kan worden uitgevoerd.

Maar…. ook als je kind helemaal geen E-scores haalt, maar bijvoorbeeld C-scores, kan JIJ het gevoel hebben dat hij onder zijn eigen niveau presteert. Zeker als bij ander vakken, zoals rekenen, de scores (veel) hoger zijn. Onze zoon heeft nooit lager dan een C gescoord voor spellen en lezen, maar voor rekenen waren het altijd A’s. Onze vraag aan school of hij mogelijk dyslexie had (zijn oudere zus heeft het ook), werd dus altijd weggewuifd. Wij moesten vooral geen spoken zien, hij deed het toch prima!

Ook je kind kan het gevoel hebben dat het onder zijn of haar niveau presteert: het enthousiasme voor school daalt, je kind zit niet lekker in zijn vel. Hij raakt gefrustreerd doordat hij de logica niet ziet en wat de ene keer goed lijkt te zijn is de andere keer fout. Of doordat hij in een groepje ‘zwakke’ leerlingen moet meedraaien voor extra instructie. Dat hakt in op zijn zelfbeeld, zeker als je kind zichzelf nooit als ‘zwakke leerling’ gezien heeft.

Het uitgangspunt van Taalkanjer is:

Als een kind steeds moet nadenken over HOE hij iets moet schrijven, waardoor hij geen tijd heeft om na te denken over WAT hij moet schrijven, dan heeft hij een probleem! En hoe je dat probleem noemt (wel of geen dyslexie…) vinden wij niet zo boeiend!

Als je steeds moet nadenken over dat “HOE” je iets moet schrijven, heb je grootste moeite om je gedachten op papier te krijgen: de zojuist bedachte volzin glipt weg uit je geheugen zodra een spellingsprobleem de aandacht vraagt. Daarbij maakt het niet uit of het er uiteindelijk spelfouten gemaakt worden ja of nee…..

Schrijven wordt dan een worsteling.

Datgene waarvoor schrijven bedoeld is, namelijk je gedachten toevertrouwen aan papier (of het scherm van je computer), komt niet uit de verf. Alles wat je moet schrijven vraagt TE veel aandacht en het resultaat valt tegen: de woordenschat is beperkt (moeilijke woorden worden vervangen door makkelijke), de zinsbouw is beperkt (vloeiende volzinnen zijn vervlogen voor ze op papier komen) en de inhoud is beperkt (schrijven kost zoveel inspanning dat de schrijver het snel opgeeft).

Dictee

Een geregeld, liefst wekelijks gegeven zinnendictee vertelt ons hoe onze leerling ervoor staat: gaat het schrijven al op de automatische piloot (zoals het zou moeten) of zien we dat het ‘hoe’ nog zoveel moeite kost, dat het ‘wat’ er nog bij inschiet.

Wij gaan er vanuit dat een leerling een zin na één keer voorlezen moet kunnen opschrijven.

Laatst was Y. (groep 7) bij mij:

Ik dicteerde de volgende zin:
“Ga eens gauw dat nieuwe recept bij de apotheek halen.”
Waarbij ik natuurlijk vooral bij de woorden recept en apotheek problemen verwachtte.

Hij schreef:

Ga eens g                           en toen stokte zijn pen.

Tegen de tijd dat hij besloten had dat hij ‘gauw’ met a-u-w ging schrijven, was hij vergeten wat ik gezegd had. Natuurlijk heb ik toen de zin nog een keer voorgelezen.
Maar stel dat iets dergelijks Y was overkomen bij de eerst zin van zijn werkstuk. Dan was hij niet ver gekomen!

Lezen wordt een uitputtingsslag

Als je teveel woorden nog moet ontcijferen of ‘vertalen’, omdat je ze niet ‘in een oogopslag’ herkent (visueel woordbeeld) dan is het onmogelijk om je te concentreren op de inhoud van de tekst die je leest. Je hebt je door een halve bladzijde heengewerkt en je hebt geen idee wat er staat!  Laat staan dat je de tekst kunt samenvatten of dat je er proefwerkvragen over kunt beantwoorden.

Dus had onze zoon dyslexie?

JA! (En NEE!)

Waarom wel?

Uiteindelijk is hij pas in 3 VWO getest. Toen kreeg hij een officiele dyslexieverklaring. Dat was voor hem in zoverre belangrijk dat hij zonder die verklaring was blijven zitten op de onvoldoendes die hij haalde voor Frans en Duits. Nu kreeg hij de mogelijkheid om ze te compenseren. Gelukkig verdween gaandeweg zijn antipathie voor lezen, omdat zijn nieuwsgierigheid het won. Hij studeerde  af aan een Universiteit in Nederland en studeert nu verder in Amerika.

Waarom niet?

Ik ben ervan overtuigd dat hij in de war geraakt is doordat hij op school de letters met een klanknaam leerde benoemen. Hem is nooit op een logische manier uitgelegd waarom hij de o-klank in boom anders moest schrijven dan de o-klank in bomen. Hij maakte dus  fouten als: ‘Wij loopen naar huis‘ of  ‘ik lop naar huis’.
Hem is nooit expliciet aangeleerd om de woorden als visueel woordbeeld op te slaan, terwijl het een heel visueel ingesteld kind was. Als ik toen geweten had wat ik nu weet, had ik hem een hoop ellende kunnen besparen.

Taalkanjer vindt het label ‘dyslexie’ niet belangrijk.

Wij vinden het vooral belangrijk dat kinderen op school de informatie en de hulp krijgen die ze nodig hebben. Als het ontbreken van een dyslexieverklaring betekent dat de school niets hoeft te doen aan de problemen met lezen en spellen, dan kan het handig zijn om je kind te laten testen. Maar over het algemeen zal een test op de basisschool alleen maar bevestigen wat je al wist: dit kind heeft een achterstand. De test zal geen enkel probleem oplossen.

Pas op de middelbare school kan een dyslexieverklaring nuttig zijn, om de ergste drempels voor een kind weg te nemen. Ook daar biedt de test op zich geen oplossing.

Taalkanjer vindt ook de cito-scores niet zo belangrijk.

Wij vinden dat kinderen vanaf het begin de juiste informatie moeten krijgen. Als ouder kun je daaraan bijdragen. Je kunt op dag 1 starten en je hoeft niet te wachten op E-scores en actieplannen en testen. Als jij ziet dat je kind in verwarring is, dan kun je meteen ingrijpen. Er staat genoeg informatie op deze site en als je graag advies van ons wilt, dan ben je van harte uitgenodigd om contact met ons op te nemen.
Zie jij dat jouw kind zodanig problemen met lezen en of spelling ervaart dat het frustratie oplevert? Dan moet je wat doen! En niet wachten op (nog meer) E-scores….
Lees nu ons e-book.

pijltje 2Fijn als je een reactie achter wil laten!

like

Zorg er met 1 klik voor dat je geen nieuwe ontwikkelingen mist