Page content

Woordparen

Wat je kind schrijft is zo gek nog niet! Toch?

Stel je kind schrijft:

Hij zit hart te laggen.

Wat je kind geschreven heeft, is zo gek nog niet…. Maar wel fout!

Je kunt het lezen, het klinkt goed… Maar waarom ‘mag’ het niet?
Weet jouw kind veel?!

Wij “zien” dat laggen er ‘raar’ uitziet, maar je kind ziet dat niet. Het heeft nog geen visueel woordbeeld ontwikkeld. (een visueel woordbeeld, wat is dat eigenlijk?)

We moeten dus helpen bij het ontwikkelen van zo’n visueel woordbeeld.

Hoe?

We geven een woordpaar:

woordpaar vlaggen lachen

We laten zien dat de keus van je kind (-gg-) wel kan, maar dat die niet klopt in lachen.
In een ander woord, bijvoorbeeld vlaggen, is die keus wel prima.

Wat bereiken we hiermee:

  • We bevestigen dat de gekozen schrijfwijze zo gek nog niet was.
  • We laten zien welke keuze er is: voor deze klank moet je kiezen tussen -ache- of -agge-
  • We zetten beide woordbeelden tegenover elkaar.

En nu moeten we de woordbeelden nog ‘inprenten’.

Dat doen we door beide woorden regelmatig te spellen (met alfabetletters!), over te schrijven, op te schrijven, met de letterdoos te leggen, achterstevoren te spellen, met de vinger in de lucht te schrijven etc…

Ook een goede manier: Neem het woordpaar over op een strookje papier en plak dat met kneedgum op de keukendeur, op de WC naast de scheurkalender, op de spiegel in de badkamer (dan ziet je kind het iedere dag bij het tandenpoetsen).

Kijk welke aanpak jouw kind helpt.

Je moest eens weten hoeveel briefjes met Engelse woordjes er bij ons op de spiegel gehangen hebben.. of recenter: verkeersborden voor het rijexamen….

Want herhaling, herhaling, herhaling… daar gaat het om.

Ziet je kind het woord al voor zich? Super. Doel bereikt 😉

Wat doen we met hart en hard?

Daarmee doen precies hetzelfde, maar dan moeten we nog iets meer aanvullende informatie geven:

woordpaar hart hard Heb jij een woordpaar nodig voor een verschrijving van je kind? Laat het ons weten en je krijgt het per kerende post toegestuurd!

Veel spelplezier!

Margit en Jorien

Heeft mijn kind dyslexie?

Toen onze zoon in groep 6 zat, verveelde hij zich regelmatig: hij had zijn werk altijd snel af en vaak tijd over. Zijn meester  wist de oplossing:

Hij mocht, als hij klaar was met zijn reguliere werk, een werkstuk schrijven. Ik zou het ‘werkstuk’ misschien nog ergens kunnen vinden:zonnestelsel

Ons Zonnestelsel

Verder dan de titel is hij nooit gekomen….

Maar het probleem was opgelost: Hij was nooit meer voortijdig met zijn werk klaar! Daar zorgde hij wel voor… Hij had een bloedhekel aan lezen en een nog grotere hekel aan schrijven. Dus hij zag dat werkstuk totaal niet zitten!

Had onze zoon dyslexie??

Vroeger kon men – met het dyslexieprotocol in de hand – pas ‘ja’ antwoorden op zo’n vraag, als je kind een achterstand had van TWEE JAAR. Tot die tijd werd er niet officieel actie ondernomen.

Gelukkig is die norm losgelaten. Eerder ingrijpen is dus mogelijk. Tegenwoordig komt een kind in aanmerking voor een dyslexie-onderzoek als het 3 keer een E-score gehaald heeft op de halfjaarlijkse citotoetsen van het leerlingvolgsysteem. Maar al bij de eerste E-score moet de school actie ondernemen en een werkplan opzetten.

Maar voor 3 E-scores heb je wel anderhalf schooljaar nodig, want een kind wordt maar twee keer per jaar getest. Zit daar bijvoorbeeld nog een D-score vóór, dan kan je stellen dat je kind toch al behoorlijk lang aan het tobben is, voor er een dyslexie-onderzoek kan worden uitgevoerd.

Maar…. ook als je kind helemaal geen E-scores haalt, maar bijvoorbeeld C-scores, kan JIJ het gevoel hebben dat hij onder zijn eigen niveau presteert. Zeker als bij ander vakken, zoals rekenen, de scores (veel) hoger zijn. Onze zoon heeft nooit lager dan een C gescoord voor spellen en lezen, maar voor rekenen waren het altijd A’s. Onze vraag aan school of hij mogelijk dyslexie had (zijn oudere zus heeft het ook), werd dus altijd weggewuifd. Wij moesten vooral geen spoken zien, hij deed het toch prima!

Ook je kind kan het gevoel hebben dat het onder zijn of haar niveau presteert: het enthousiasme voor school daalt, je kind zit niet lekker in zijn vel. Hij raakt gefrustreerd doordat hij de logica niet ziet en wat de ene keer goed lijkt te zijn is de andere keer fout. Of doordat hij in een groepje ‘zwakke’ leerlingen moet meedraaien voor extra instructie. Dat hakt in op zijn zelfbeeld, zeker als je kind zichzelf nooit als ‘zwakke leerling’ gezien heeft.

Het uitgangspunt van Taalkanjer is:

Als een kind steeds moet nadenken over HOE hij iets moet schrijven, waardoor hij geen tijd heeft om na te denken over WAT hij moet schrijven, dan heeft hij een probleem! En hoe je dat probleem noemt (wel of geen dyslexie…) vinden wij niet zo boeiend!

Als je steeds moet nadenken over dat “HOE” je iets moet schrijven, heb je grootste moeite om je gedachten op papier te krijgen: de zojuist bedachte volzin glipt weg uit je geheugen zodra een spellingsprobleem de aandacht vraagt. Daarbij maakt het niet uit of het er uiteindelijk spelfouten gemaakt worden ja of nee…..

Schrijven wordt dan een worsteling.

Datgene waarvoor schrijven bedoeld is, namelijk je gedachten toevertrouwen aan papier (of het scherm van je computer), komt niet uit de verf. Alles wat je moet schrijven vraagt TE veel aandacht en het resultaat valt tegen: de woordenschat is beperkt (moeilijke woorden worden vervangen door makkelijke), de zinsbouw is beperkt (vloeiende volzinnen zijn vervlogen voor ze op papier komen) en de inhoud is beperkt (schrijven kost zoveel inspanning dat de schrijver het snel opgeeft).

Dictee

Een geregeld, liefst wekelijks gegeven zinnendictee vertelt ons hoe onze leerling ervoor staat: gaat het schrijven al op de automatische piloot (zoals het zou moeten) of zien we dat het ‘hoe’ nog zoveel moeite kost, dat het ‘wat’ er nog bij inschiet.

Wij gaan er vanuit dat een leerling een zin na één keer voorlezen moet kunnen opschrijven.

Laatst was Y. (groep 7) bij mij:

Ik dicteerde de volgende zin:
“Ga eens gauw dat nieuwe recept bij de apotheek halen.”
Waarbij ik natuurlijk vooral bij de woorden recept en apotheek problemen verwachtte.

Hij schreef:

Ga eens g                           en toen stokte zijn pen.

Tegen de tijd dat hij besloten had dat hij ‘gauw’ met a-u-w ging schrijven, was hij vergeten wat ik gezegd had. Natuurlijk heb ik toen de zin nog een keer voorgelezen.
Maar stel dat iets dergelijks Y was overkomen bij de eerst zin van zijn werkstuk. Dan was hij niet ver gekomen!

Lezen wordt een uitputtingsslag

Als je teveel woorden nog moet ontcijferen of ‘vertalen’, omdat je ze niet ‘in een oogopslag’ herkent (visueel woordbeeld) dan is het onmogelijk om je te concentreren op de inhoud van de tekst die je leest. Je hebt je door een halve bladzijde heengewerkt en je hebt geen idee wat er staat!  Laat staan dat je de tekst kunt samenvatten of dat je er proefwerkvragen over kunt beantwoorden.

Dus had onze zoon dyslexie?

JA! (En NEE!)

Waarom wel?

Uiteindelijk is hij pas in 3 VWO getest. Toen kreeg hij een officiele dyslexieverklaring. Dat was voor hem in zoverre belangrijk dat hij zonder die verklaring was blijven zitten op de onvoldoendes die hij haalde voor Frans en Duits. Nu kreeg hij de mogelijkheid om ze te compenseren. Gelukkig verdween gaandeweg zijn antipathie voor lezen, omdat zijn nieuwsgierigheid het won. Hij studeerde  af aan een Universiteit in Nederland en studeert nu verder in Amerika.

Waarom niet?

Ik ben ervan overtuigd dat hij in de war geraakt is doordat hij op school de letters met een klanknaam leerde benoemen. Hem is nooit op een logische manier uitgelegd waarom hij de o-klank in boom anders moest schrijven dan de o-klank in bomen. Hij maakte dus  fouten als: ‘Wij loopen naar huis‘ of  ‘ik lop naar huis’.
Hem is nooit expliciet aangeleerd om de woorden als visueel woordbeeld op te slaan, terwijl het een heel visueel ingesteld kind was. Als ik toen geweten had wat ik nu weet, had ik hem een hoop ellende kunnen besparen.

Taalkanjer vindt het label ‘dyslexie’ niet belangrijk.

Wij vinden het vooral belangrijk dat kinderen op school de informatie en de hulp krijgen die ze nodig hebben. Als het ontbreken van een dyslexieverklaring betekent dat de school niets hoeft te doen aan de problemen met lezen en spellen, dan kan het handig zijn om je kind te laten testen. Maar over het algemeen zal een test op de basisschool alleen maar bevestigen wat je al wist: dit kind heeft een achterstand. De test zal geen enkel probleem oplossen.

Pas op de middelbare school kan een dyslexieverklaring nuttig zijn, om de ergste drempels voor een kind weg te nemen. Ook daar biedt de test op zich geen oplossing.

Taalkanjer vindt ook de cito-scores niet zo belangrijk.

Wij vinden dat kinderen vanaf het begin de juiste informatie moeten krijgen. Als ouder kun je daaraan bijdragen. Je kunt op dag 1 starten en je hoeft niet te wachten op E-scores en actieplannen en testen. Als jij ziet dat je kind in verwarring is, dan kun je meteen ingrijpen. Er staat genoeg informatie op deze site en als je graag advies van ons wilt, dan ben je van harte uitgenodigd om contact met ons op te nemen.
Zie jij dat jouw kind zodanig problemen met lezen en of spelling ervaart dat het frustratie oplevert? Dan moet je wat doen! En niet wachten op (nog meer) E-scores….
Lees nu ons e-book.

pijltje 2Fijn als je een reactie achter wil laten!

Worstelt jouw kind op school met leren lezen en schrijven?

Wil je weten wat je zelf kunt doen?

  • Maak jij je als ouder zorgen over de vorderingen van jouw kind? Met name op het gebied van lezen en schrijven?
  • Maakt jouw kind schrijffouten die je eigenlijk niet (meer) van hem verwacht?
  • Weet je eigenlijk niet precies wat hij of zij al zou moeten kunnen?
  • Twijfel jij of jouw kind de klas wel helemaal kan bijbenen en of het daarbij de hulp krijgt die het nodig heeft?

Leerling groep 5

Wij herkennen het probleem!

Margit en Jorien hebben allebei een kind met dyslexie. De kinderen van Jorien kregen zelfs alle drie een dyslexieverklaring!
Wij weten dus waar het over gaat en welke zorgen je dan als ouder hebt.

Wij gingen – onafhankelijk van elkaar – op zoek naar hoe we ons kind konden helpen. We vonden een methode die het lezen en schrijven net op een andere manier aanbiedt. Een methode die beter bleek aan te sluiten bij de behoeft van ons kind. Na enkele jaren kruisten onze wegen en gingen we samen met de methode aan de slag. Wij hebben allebei behalve onze eigen kinderen ook heel veel andere kinderen ‘aan onze tafel’ gehad en daarmee een schat aan ervaring opgedaan.
En wij hebben ouders begeleid die zelf met hun kinderen aan de slag willen, omdat ze ondervinden dat hun kind op school niet de aanpak en de aandacht krijgt die het nodig heeft.

Wat ontdekten wij:

  • Veel ouders oefenen al heel veel thuis met hun kind, maar ze hebben het gevoel dat ze niet precies weten wat ze het beste kunnen doen.
  • Het oefenen heeft daardoor niet het gewenste effect.
  • Het zijn juist vaak de slimme kinderen die vastlopen met lezen en spelling.
  • Die raken heel erg in verwarring, vooral als ze voordat ze naar school gingen al op een andere manier met letters en lezen hadden kennis gemaakt. We moeten ze dus uitleggen wat het verschil tussen wat ze op thuis geleerd hebben en wat ze op school leren.
  • Kinderen willen werken vanuit een omgeving waarin ze alles precies krijgen uitgelegd. Daar hebben ze meer aan, dan aan ezelsbruggetjes.
  • Ouders weten vaak niet waar de schoen wringt. Ze wachten daardoor (te) lang met het inroepen van extra hulp, waardoor vele kostbare jaren verloren gaan.
  • Ouders laten zich (natuurlijk!) graag gerust stellen door school en nemen daardoor niet de stappen die ze zouden moeten nemen.
  • Vaak lopen leerlingen dan pas in de brugklas of nog later echt vast, terwijl de problemen met taal en spelling eigenlijk al vanaf groep 3 of 4 bestaan.
  • Zij hebben dan niet alleen een grote achterstand opgelopen, maar ook een flinke ‘deuk’ in hun zelfvertrouwen.

Leerling 2 HAVO

Is het volgende op jouw kind van toepassing?

    • Was je kind goed schoolrijp toen het naar groep 3 ging?
    • Presteert het onder zijn of haar niveau?
    • Gaat het soms met tegenzin of buikpijn naar school?
    • Heb je het gevoel dat er in vakanties heel veel van zijn ‘kennis’ wegzakt?
    • Heb je het idee dat je kind van alles door elkaar haalt? Door de bomen het bos niet meer ziet, zeg maar..
    • Is je kind op school onrustig of juist teruggetrokken, terwijl je zulk soort gedrag thuis of in de vakantie niet ziet?
    • En vooral: maak je je zorgen over zijn ontwikkeling, zijn schoolloopbaan en zijn emotionele ontwikkeling?

Begin dan met het aanvragen van ons gratis e-book. Dat doe je door de box bovenaan de bladzijde in te vullen.

Waar kunnen wij je mee helpen?

Als je kiest voor ondersteuning door taalkanjer, kan je het volgende bereiken:

  • Je laat zijn zelfvertrouwen weer groeien.
  • Je kind krijgt een dieper inzicht in taal, spelling en grammatica.
  • Niet alle fouten verdwijnen meteen, maar als het inzicht groeit en het zelfvertrouwen toeneemt, zijn de belemmeringen voor verder leren verdwenen.
  • Hij leert zijn eigen fouten te analyseren en te verbeteren.
  • Hij leert gebruik te maken van al zijn vroege, voorschools kennis op het gebied van taal en letters en lezen.

Wij leren je stap voor stap welke informatie je kind op school vaak niet krijgt, maar die toch heel belangrijk voor hem is. Je kunt heel veel informatie om met je kind aan de slag te gaan al vinden op deze site. Maar als je daar graag begeleiding bij wilt, neem dan contact met ons op. Je kunt dat doen door het contactformulier in te vullen of door het aanvragen van een gesprek.

Wat kost het als je niks doet.

Wat kost het als je afwacht tot de problemen vanzelf overgaan?

  • De achterstand van je kind wordt groter.
  • Hij gaat zich minderwaardig voelen.
  • De energie die jij stopt in extra oefenen met je kind, is maar weinig effectief.
  • Hij gaat met steeds minder plezier naar school.
  • De problemen met lezen en schrijven krijgen ook invloed op andere vakken.
  • Hij kan de nieuwe lesstof niet opnemen, omdat hij nog worstelt met de basis.
  • Hij krijgt zijn kennis niet zelf ‘op een rijtje’. De verwarring in zijn hoofd groeit.

Leerling 2 HAVO – begeleiding is pas in 2 HAVO begonnen.

Wat kun jij vandaag al doen?

  • Ontdek dat er ook een andere manier is om tegen letters en klanken en lezen en spelling aan te kijken. Een manier die misschien beter aansluit bij jouw kind.
  • Maak van de gelegenheid gebruik om ons precies te vertellen welke fouten je bij je kind ziet. Stuur ons een e-mail
  • Zijn het er ‘te veel om op te noemen’? Stuur ons dan de meest opvallende fout van deze week.   (En van volgende week).
  • Je krijgt van ons persoonlijk antwoord, maar het kan voor ons een aanleiding zijn voor een informatief artikel of een instructiefilmpje. Daar profiteert iedereen weer van.

Bedenk dat problemen met lezen en schrijven nooit vanzelf over gaan.
Bedenk ook dat ‘meer van hetzelfde doen’ niet effectief is.
Bedenk dat als je wel vasthoudt aan hetzelfde aanbod als de school, dat je dan ook steeds dezelfde uitkomst zult blijven krijgen.

=>> Vraag dus NU ons gratis e-book aan.

Ik ga op reis en ik neem mee….

Je kind leert op school om vooral goed naar woorden te luisteren. En om vervolgens aan iedere klank een letter te koppelen. Helaas werkt dat niet altijd voor Nederlandse woorden. Daarom moet heel veel woorden ‘gewoon’ onthouden’ hoe je het schrijft. Maar hoe doe je dat nu?

Je maakt daarvoor gebruik van je visuele geheugen. Dat heeft iedereen!
En het heeft niks met beelddenken te maken. Ieder kind vindt op een vol schoolplein zijn of haar eigen vader of moeder. Tussen tientallen andere ouders.
Is dat moeilijk? Nee, natuurlijk niet.
Je kind ‘weet’ hoe mama of papa eruit zien, omdat hij daar een voorstelling van heeft. Hij ziet hen in gedachten voor zich. Onbewust…

Dat visueel geheugen is ijzersterk. Je weet je vaak nog dingen van heel lang geleden te herinneren.
Jullie weten nog precies hoe het vakantiehuisje van deze zomer eruit zag, maar zelfs nog waar daar de koeltrommel stond, of hoe je moest lopen om bij het zwembad te komen.

Van dat sterke visuele geheugen kunnen we ook gebruik maken om bewust dingen te onthouden.

In een spelletje gaan we ontdekken hoe dat werkt:

Ik ga op reis en ik neem mee….. (onbeperkt aantal spelers)
Iedereen kent dit spel: de eerste speler zegt:
Ik ga op reis en ik neem mee: een zwembroek.
De tweede speler herhaalt en voegt iets toe:
Ik ga op reis en ik neem mee: een zwembroek en een duikbril.
Dan is de volgende aan de beurt:
Ik ga op reis en ik neem mee: een zwembroek, een duikbril en een ……… (voeg wat nieuws toe).
Ieder volgende speler herhaalt de reeks en voegt één ding toe.
De kunst is dus: ONTHOUDEN!!!!

Hoe kun je dit nu het beste doen?
Bij ieder voorwerp dat genoemd wordt, probeer je een zo scherp mogelijk visueel beeld te krijgen: welke kleur heeft die zwembroek? Zie je hem echt voor je (hoe ziet jouw eigen zwembroek eruit? Kun je die beschrijven?).
Stel je voor dat je hem ziet liggen…. bijvoorbeeld op je handdoek op het strand.
Wat ligt er naast die zwembroek? Die duikbril natuurlijk! Hoe ziet die er uit: is het zo’n grote, die over je neus past? Of zijn het twee van die aparte rondjes? Welke kleur heeft hij?

duikbrillen

Moedig je kind(eren) aan om het plaatje zo duidelijk mogelijk ‘voor ogen’ te krijgen.
Je kunt dat doen door hem de voorbeeldvragen van hierboven te stellen over kleur, model, afmetingen etcetera.

Wat kan er nog meer naast die zwembroek en die duikbril op de handdoek liggen? Dat kan het volgende voorwerp in het rijtje zijn…..

Maar je mag ook iets heel anders kiezen. Bijvoorbeeld: een tandenborstel. Maar dan moet die ook precies beschreven worden… welke kleur? Waar ligt ie? Wat ligt er naast?

Als spelend zul je merken dat je geen ‘losse flodders’ hoeft te onthouden, maar samenhangende plaatjes. En dat het visuele beeld dat je daarbij maakt, enorm helpt.

De eerste paar keer speel je het op die manier ‘samen’, waarbij je je kind coacht. Beschrijf ook je eigen visuele plaatjes voor hem. Hij moet het voorwerp dat jij noemt ook in ‘zijn eigen plaatje’ opnemen. Daarna laat je het hem zelf op die manier doen (vraag af en toe of hij een plaatje in zijn hoofd heeft). En kijk niet verbaasd, als je kind het spel dan dik van je wint!

Veel plezier!
Jorien en Margit

En? Hoe ging het? Deel je het met ons hieronder 🙂

Alfabetspelletjes

Alfabet Katten P
Omdat het niet altijd meevalt om tijd en zin te maken om te oefenen, is het belangrijk om ‘oefenen’ zo leuk mogelijk te maken! Gelukkig kunnen spelen en leren heel goed samengaan.
Daarom geven we je hier wat tips over de spelletjes die met onze kinderen en leerlingen altijd de toppers zijn bij het leren van het alfabet.

Spelletjes met letters

Zoek op internet naar een leuk alfabet. Sluit aan bij de leeftijd van je kind.
Voorbeelden vind je onder andere op 365alfabet-blogspot. Maar er zijn veel meer leuke voorbeelden te vinden op internet.
Print het alfabet twee keer op stevig papier, lamineer het eventueel en knip de letters los. Op onze facebookpagina vind je er ook een paar: http://on.fb.me/1kSB7hq

 Memospel

Je kunt nu met deze dubbele serie een geheugenspelletje spelen.
Iedere speler die een kaartje omdraait, moet de alfabetnaam van de letter zeggen.
Als je een paar gevonden hebt, mag je het houden natuurlijk, maar je moet ook nog even een woord bedenken dat met de bewuste letter begint.

Letters op volgorde leggen

Leg een van beide series in de goede volgorde. Een van beide spelers sluit de ogen, de andere speler neemt een letter weg. Om het moeilijk te maken, mag die speler het gat dat ontstaat, dicht schuiven.
De anders speler opent nu de ogen en ‘zoekt’ welke letter verdwenen is.

‘Pim Pam Pet’

Dit spel lijkt op het oude pimpampet, maar je hebt geen letterwiel nodig.
Schud de letterkaartjes (neem 1 of 2 series) en leg ze ondersteboven op tafel.
Spreek een thema af. Bijvoorbeeld namen, dieren, iets zoets, landen, reizen, etc..
Dit kun je aanpassen aan het niveau en de leeftijd van de spelers.

Als hij aan de beurt is,  draait een speler een kaart en zegt de alfabetnaam van de letter. Alle spelers mogen nu een woord bedenken dat met die letter begint. Het woord moet natuurlijk wel bij het thema passen.

Nu kun je kiezen welke spelregels je verder bedenkt. Hieronder staan een paar voorbeelden:

  • Iedereen moet het woord dat hij bedacht heeft spellen. Als het goed is, krijg je een punt.
  • De speler die het eerst een woord wist, moet het spellen. Als het goed is, krijgt hij het letterkaartje.
  • De speler die de letter draait, mag zelf een woord bedenken of het kaartje aan een medespeler geven om er een woord bij te bedenken.

Als je eenmaal een paar variaties gespeeld hebt, zul je zien dat je kinderen geen moeite hebben om zelf variaties te bedenken.

Even geen zin in een spelletje

Dan wil je kind misschien het alfabet inkleuren. Als je weet hoe dat werkt, zoek dan een een leuk font op bijvoorbeeld www.dafont.com en print een eigen alfabet. Lekker groot 😉
http://www.dafont.com/super-mario-bros.font bijvoorbeeld of http://www.dafont.com/coconut-point.font

Veel plezier ;-))

Laat hieronder horen wat je ervan vindt. Weet je zelf nog een leuk spelletje om het alfabet te oefenen? Deel dat dan ook bij de reacties 😉

like

Zorg er met 1 klik voor dat je geen nieuwe ontwikkelingen mist