Page content

Bakken is lezen!

Onder de groepen waarmee ik lees, bevindt zich een viertal kinderen uit groep 8. Niet altijd even makkelijk om ze te motiveren!

Toen ik ze vroeg waar ze over wilden lezen, riepen er twee in koor: CUPCAKES BAKKEN! Dit werd door de andere twee met een vies gezicht ontvangen, maar goed ze mogen om de beurt zeggen waar ze over willen lezen, dus deze keer CUPCAKES!

Het werd voor mij een uitdaging om hier een goede tekst voor te vinden.

Gelukkig vond ik een leuk stukje over de geschiedenis van de cup cake, vervolgens heb ik er nog een eenvoudig recept bijgeplakt en de (best pittige) leestekst was een feit. De reactie van de kinderen was verheugend, zelfs van de sipkijkers. Een van hen riep meteen: “Mogen we het recept ook maken?”

Ik vond het vanzelfsprekend prima, maar dan wel thuis, dus een kopie van de tekst mee naar huis! De week daarop (ze lezen de tekst zo’n 5 keer per week, waarvan een keer met mij en de rest zelfstandig in paren)konden ze de tekst niet alleen vlekkeloos lezen, maar waren er ook de nodige cupcakes gebakken. Over vlekkeloos gesproken, dat kon niet gezegd worden van de tekst, die onder de botervlekken zat en vol met aantekeningen, zoals recept marsepein en fondant opzoeken!
recept voor cupcakes

Deze recepten werden en passant nog even doorgespeeld aan de anderen. Deze waren zo enthousiast, dat we de week erop nog een appeltaart en weer andere cupcakes op het menu hadden staan, alhoewel de tekst over “natuurfreek” (Freek Vonk op safari) ging :).

Als klein uitdagend grapje ook nog even dit:

Strawberry shortcake – Cuppycake song

You’re my Honeybunch,
Sugarplum Pumpy-umpy-umpkin,
You’re my Sweetie Pie
You’re my Cuppycake,
Gumdrop Snoogums-Boogums,
You’re the Apple of my Eye
And I love you so and I want you to know
That I’ll always be right here
And I love to sing sweet songs to you
Because you are so dear

(op youtube vind je de melodie)

Nieuwe project is een sprookje voorbereiden en dat zo leuk en spannend mogelijk aan een groep kleuters voorlezen.

Weetje:

Op dit moment verlaten zo’n 40.000 kinderen de basisschool met een leesachterstand van 2 jaar! Die achterstand halen ze nooit meer in!

Tip voor alle ouders:

Vind die spannende, grappige, lekkere, creatieve, uitdagende tekst! Maak er een feest van! Hoe enthousiaster je je kind krijgt, des te enthousiaster word je zelf ook en dat geeft energie en zelfvertrouwen om door te zetten! Heb je problemen om leuke teksten te vinden, laat het me weten! Tot volgende week! P.S. denk je nog even aan de tips, waar ik je vorige week om vroeg?

Heeft mijn kind dyslexie?

Toen onze zoon in groep 6 zat, verveelde hij zich regelmatig: hij had zijn werk altijd snel af en vaak tijd over. Zijn meester  wist de oplossing:

Hij mocht, als hij klaar was met zijn reguliere werk, een werkstuk schrijven. Ik zou het ‘werkstuk’ misschien nog ergens kunnen vinden:zonnestelsel

Ons Zonnestelsel

Verder dan de titel is hij nooit gekomen….

Maar het probleem was opgelost: Hij was nooit meer voortijdig met zijn werk klaar! Daar zorgde hij wel voor… Hij had een bloedhekel aan lezen en een nog grotere hekel aan schrijven. Dus hij zag dat werkstuk totaal niet zitten!

Had onze zoon dyslexie??

Vroeger kon men – met het dyslexieprotocol in de hand – pas ‘ja’ antwoorden op zo’n vraag, als je kind een achterstand had van TWEE JAAR. Tot die tijd werd er niet officieel actie ondernomen.

Gelukkig is die norm losgelaten. Eerder ingrijpen is dus mogelijk. Tegenwoordig komt een kind in aanmerking voor een dyslexie-onderzoek als het 3 keer een E-score gehaald heeft op de halfjaarlijkse citotoetsen van het leerlingvolgsysteem. Maar al bij de eerste E-score moet de school actie ondernemen en een werkplan opzetten.

Maar voor 3 E-scores heb je wel anderhalf schooljaar nodig, want een kind wordt maar twee keer per jaar getest. Zit daar bijvoorbeeld nog een D-score vóór, dan kan je stellen dat je kind toch al behoorlijk lang aan het tobben is, voor er een dyslexie-onderzoek kan worden uitgevoerd.

Maar…. ook als je kind helemaal geen E-scores haalt, maar bijvoorbeeld C-scores, kan JIJ het gevoel hebben dat hij onder zijn eigen niveau presteert. Zeker als bij ander vakken, zoals rekenen, de scores (veel) hoger zijn. Onze zoon heeft nooit lager dan een C gescoord voor spellen en lezen, maar voor rekenen waren het altijd A’s. Onze vraag aan school of hij mogelijk dyslexie had (zijn oudere zus heeft het ook), werd dus altijd weggewuifd. Wij moesten vooral geen spoken zien, hij deed het toch prima!

Ook je kind kan het gevoel hebben dat het onder zijn of haar niveau presteert: het enthousiasme voor school daalt, je kind zit niet lekker in zijn vel. Hij raakt gefrustreerd doordat hij de logica niet ziet en wat de ene keer goed lijkt te zijn is de andere keer fout. Of doordat hij in een groepje ‘zwakke’ leerlingen moet meedraaien voor extra instructie. Dat hakt in op zijn zelfbeeld, zeker als je kind zichzelf nooit als ‘zwakke leerling’ gezien heeft.

Het uitgangspunt van Taalkanjer is:

Als een kind steeds moet nadenken over HOE hij iets moet schrijven, waardoor hij geen tijd heeft om na te denken over WAT hij moet schrijven, dan heeft hij een probleem! En hoe je dat probleem noemt (wel of geen dyslexie…) vinden wij niet zo boeiend!

Als je steeds moet nadenken over dat “HOE” je iets moet schrijven, heb je grootste moeite om je gedachten op papier te krijgen: de zojuist bedachte volzin glipt weg uit je geheugen zodra een spellingsprobleem de aandacht vraagt. Daarbij maakt het niet uit of het er uiteindelijk spelfouten gemaakt worden ja of nee…..

Schrijven wordt dan een worsteling.

Datgene waarvoor schrijven bedoeld is, namelijk je gedachten toevertrouwen aan papier (of het scherm van je computer), komt niet uit de verf. Alles wat je moet schrijven vraagt TE veel aandacht en het resultaat valt tegen: de woordenschat is beperkt (moeilijke woorden worden vervangen door makkelijke), de zinsbouw is beperkt (vloeiende volzinnen zijn vervlogen voor ze op papier komen) en de inhoud is beperkt (schrijven kost zoveel inspanning dat de schrijver het snel opgeeft).

Dictee

Een geregeld, liefst wekelijks gegeven zinnendictee vertelt ons hoe onze leerling ervoor staat: gaat het schrijven al op de automatische piloot (zoals het zou moeten) of zien we dat het ‘hoe’ nog zoveel moeite kost, dat het ‘wat’ er nog bij inschiet.

Wij gaan er vanuit dat een leerling een zin na één keer voorlezen moet kunnen opschrijven.

Laatst was Y. (groep 7) bij mij:

Ik dicteerde de volgende zin:
“Ga eens gauw dat nieuwe recept bij de apotheek halen.”
Waarbij ik natuurlijk vooral bij de woorden recept en apotheek problemen verwachtte.

Hij schreef:

Ga eens g                           en toen stokte zijn pen.

Tegen de tijd dat hij besloten had dat hij ‘gauw’ met a-u-w ging schrijven, was hij vergeten wat ik gezegd had. Natuurlijk heb ik toen de zin nog een keer voorgelezen.
Maar stel dat iets dergelijks Y was overkomen bij de eerst zin van zijn werkstuk. Dan was hij niet ver gekomen!

Lezen wordt een uitputtingsslag

Als je teveel woorden nog moet ontcijferen of ‘vertalen’, omdat je ze niet ‘in een oogopslag’ herkent (visueel woordbeeld) dan is het onmogelijk om je te concentreren op de inhoud van de tekst die je leest. Je hebt je door een halve bladzijde heengewerkt en je hebt geen idee wat er staat!  Laat staan dat je de tekst kunt samenvatten of dat je er proefwerkvragen over kunt beantwoorden.

Dus had onze zoon dyslexie?

JA! (En NEE!)

Waarom wel?

Uiteindelijk is hij pas in 3 VWO getest. Toen kreeg hij een officiele dyslexieverklaring. Dat was voor hem in zoverre belangrijk dat hij zonder die verklaring was blijven zitten op de onvoldoendes die hij haalde voor Frans en Duits. Nu kreeg hij de mogelijkheid om ze te compenseren. Gelukkig verdween gaandeweg zijn antipathie voor lezen, omdat zijn nieuwsgierigheid het won. Hij studeerde  af aan een Universiteit in Nederland en studeert nu verder in Amerika.

Waarom niet?

Ik ben ervan overtuigd dat hij in de war geraakt is doordat hij op school de letters met een klanknaam leerde benoemen. Hem is nooit op een logische manier uitgelegd waarom hij de o-klank in boom anders moest schrijven dan de o-klank in bomen. Hij maakte dus  fouten als: ‘Wij loopen naar huis‘ of  ‘ik lop naar huis’.
Hem is nooit expliciet aangeleerd om de woorden als visueel woordbeeld op te slaan, terwijl het een heel visueel ingesteld kind was. Als ik toen geweten had wat ik nu weet, had ik hem een hoop ellende kunnen besparen.

Taalkanjer vindt het label ‘dyslexie’ niet belangrijk.

Wij vinden het vooral belangrijk dat kinderen op school de informatie en de hulp krijgen die ze nodig hebben. Als het ontbreken van een dyslexieverklaring betekent dat de school niets hoeft te doen aan de problemen met lezen en spellen, dan kan het handig zijn om je kind te laten testen. Maar over het algemeen zal een test op de basisschool alleen maar bevestigen wat je al wist: dit kind heeft een achterstand. De test zal geen enkel probleem oplossen.

Pas op de middelbare school kan een dyslexieverklaring nuttig zijn, om de ergste drempels voor een kind weg te nemen. Ook daar biedt de test op zich geen oplossing.

Taalkanjer vindt ook de cito-scores niet zo belangrijk.

Wij vinden dat kinderen vanaf het begin de juiste informatie moeten krijgen. Als ouder kun je daaraan bijdragen. Je kunt op dag 1 starten en je hoeft niet te wachten op E-scores en actieplannen en testen. Als jij ziet dat je kind in verwarring is, dan kun je meteen ingrijpen. Er staat genoeg informatie op deze site en als je graag advies van ons wilt, dan ben je van harte uitgenodigd om contact met ons op te nemen.
Zie jij dat jouw kind zodanig problemen met lezen en of spelling ervaart dat het frustratie oplevert? Dan moet je wat doen! En niet wachten op (nog meer) E-scores….
Lees nu ons e-book.

pijltje 2Fijn als je een reactie achter wil laten!

MindMap als hulp bij Taal en Spelling

MindMappen, wat is dat?

Als je het letterlijk vertaalt, betekent MindMap: GedachtenKaart. Eigenlijk maak je dus een plaatje (kaart) van hoe je precies denkt  over een bepaald onderwerp. Als je het precies wilt weten, google je op MindMappen of MindMapping en dan vind je er heel veel over. Op deze pagina wil ik graag vertellen wat ik doe met MindMappen bij het leren van taal en spelling.

Bij een MindMap combineer je tekst met kleur en plaatjes

Op deze manier spreek je beide hersenhelften aan. Je hele hoofd is betrokken bij het onderwerp, waardoor je het makkelijker leert en onthoudt.

Mijn kinderen gebruiken MindMaps als ze een spreekbeurt of een boekenbeurt moeten houden.

MindMap Spreekbeurt

 

Maar ook als je iets nieuws moet leren, of een goed overzicht over iets wilt krijgen van wat je al weet, is een mindmap een handig hulpmiddel. Stel je wilt een duidelijk overzicht over hoe je werkwoorden moet schrijven. Je kunt dan stap voor stap het schema opbouwen met alle dingen waar je rekening mee moet houden. Een voorbeeld hiervan (met de complete uitwerking van de persoonsvorm):

Mindmap werkwoordspelling

 

Een MindMap geeft overzicht

Als je een spreekbeurt, werkstuk, opstel, brief, of iets dergelijks moet schrijven, helpt het maken van een MindMap hier enorm bij. Je kan de informatie makkelijker verzamelen, je kan het beter ordenen. Je brengt de informatie letterlijk ‘in kaart’.
Door de manier van werken word je ook creatiever: nieuwe ideeën komen makkelijker bij je op, je ziet verbanden beter, je kan een andere blik werpen op het onderwerp.

Ik laat leerlingen die een stuk tekst moeten schrijven altijd eerst een MindMap maken. Zo zorgen ze dat alle dingen die in de opdracht worden genoemd in ieder geval in hun tekst terugkomen. Ook houden ze het overzicht over de tekst: bij ieder onderdeel moeten ongeveer evenveel woorden gebruikt worden.

Als je dingen uit je hoofd moet leren, dan kan het maken van een MindMap je daarbij helpen. Zoiets lastigs als een hoofdstuk Geschiedenis of Biologie is zo veel makkelijker te overzien.
Schrijf de woorden die je moeilijk vindt op, zoek er een plaatje bij, maak een zin met het woord erin. Of geef met extra lijnen en kleuren de relaties aan.

Wil je meer weten?

Zoals gezegd, kan je op Google heel veel vinden over MindMappen. Er zijn ook diverse boeken over geschreven, met name door de uitvinder van het MindMappen: Tony Buzan. Een boek dat ik zeker kan aanraden is MindMaps for Kids, an introduction (er is ook een Nederlandse versie, maar die is op dit moment uitverkocht).

MindMappen op de computer

Je kan uitstekend MindMappen door gebruik te maken van pen en papier. Ik vind het zelf wat prettiger om gebruik te maken van een computerprogramma. Het grote voordeel voor mij is dat ik daarin ook verhalende tekst kwijt kan. Verder vind ik het heel prettig dat ik de onderdelen van de MindMap gemakkelijk heen en weer kan schuiven.

Er zijn allerlei tools op de markt, zowel gratis als betaald. Welke je kiest is afhankelijk van smaak, maar ook van het doel dat je ermee wilt bereiken.

Oefenen

Oefen eens met je kind het maken van een mindmap. Daarbij is het leuk om ‘je kind’ als middelpunt te nemen.

Mindmap - voorbeeld

 

Voorlezen blijft genieten!

Nooit te oud om voor te lezen!

Ik heb mijn kinderen jarenlang voorgelezen. De oudste twee lazen we altijd samen voor. Voor de jongste gingen de boeken en verhalen na verloop van tijd in de ‘herhaling’. Alleen in de vakanties las ik ze alledrie tegelijk voor. En dat hebben we volgehouden tot onze allerlaatste vakantie als gezin. Onze oudste was toen bijna 18! En ze genoot er nog steeds van. Natuurlijk lees je dan geen Jip en Janneke meer; de boeken groeien mee met je kinderen.

Heerlijk om na een drukke dag even een rustig moment met je kind(eren) te hebben. Wat leent zich daar beter voor dan een (voorlees)boek?

Wist je dat een bezoek aan de bibliotheek gratis is en dat je kind daar ook gratis lid kan worden en gratis boeken kan lenen?
Je kunt dan iedere week nieuwe boekjes halen.

Voorlezen is goed voor de taalontwikkeling.

Juist kinderen die zelf niet zo graag lezen, zijn dol op voorlezen.
Je kinderen doen zo veel ervaringen op met lezen. De wereld om hen heen wordt zoveel rijker met verhalen.
Ze komen op plaatsen waar ze normaal gesproken nooit zouden komen en ze ontmoeten mensen die ze normaal nooit zouden ontmoeten.
Samen beleven jullie avonturen!

Het grote verschil tussen voorlezen en bijvoorbeeld (samen) een film kijken, is dat voorlezen veel meer ruimte laat voor de fantasie en het inbeeldingsvermogen van je kind. Hij hoort de woorden en maakt daar zelf de ‘plaatjes’ bij. Dat is een goede oefening voor het begrijpend lezen tegen de tijd dat je kind zelf zover is.
De kans is groot dat je kind in het boek dat jij voorleest ook nieuwe woorden tegenkomt. Als je denkt dat hij of zij een woord niet kent, is het leuk om er samen over te praten.

Onze dochter had ook een hekel aan lezen, maar toen ze uiteindelijk toch zelf boeken ging pakken, waren dat altijd boeken die ik al een keer voorgelezen had. Ze wilde dan het verhaal nog wel eens opnieuw beleven en zag niet zo op tegen zo’n dikke pil. Om haar op gang te helpen, las ik dan vaak de eerste paar bladzijdes opnieuw voor. Voor een vliegende start, zeg maar.

Lezen is fijn  (maar soms ook wel moeilijk!)

Je kunt je kind, als het worstelt met lezen en taal en spelling, geen beter ‘cadeau’ geven dan een voorleesboek. En dan bedoel ik niet het boek zelf, maar de inhoud. Gewoon lekker luisteren en genieten. Zonder druk, gezellig samen op de bank…
Als je kind moeite heeft met lezen, heb je misschien ook belangstelling voor tips over hoe je daarbij kunt helpen. Meld je dan aan voor de Leeskanjertips.

Zoek je tips?
Kijk dan eens op Matty’s leukste kinderboek. Maak voor je zelf een lijstje en kijk of je de boeken in de bibliotheek kunt vinden.
(Ook de zogenaamde ‘zelf lezen’ boeken kun je natuurlijk voorlezen). Je kunt in de bibliotheek ook altijd vragen welke boeken passen bij de leeftijd van je kind. Ze doen je daar graag een goede suggestie!

Veel plezier!

 

like

Zorg er met 1 klik voor dat je geen nieuwe ontwikkelingen mist